is toegevoegd aan uw favorieten.

Vreemde woordentolk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nmrketenster, Fr. zoetelaarster (die ververschingen verkoopt aan soldaten). .

markeur, (inarqueur), Fr. bediende, die de punten telt w] het biljarten.

marmelade, vr. Fr. met suiker verdikt vruchtensap, marokijn, Fr. gekleurd geitenleer, marquant, Fr. in 't oog vallend, uitstekend, marquise, Fr. (letterlijk: markiezen) oprolbaar linnen zonnescherm.

Hars, Lat de krijgsgod; een der planeeten.

Marseillaise, vr. Fr. het krijcslied der Marseillanen die in

1792 naar Parijs trokken, het lied der Fransche Revolutie

(woorden en muziek van Rouget de L'Isle). martiaal, Fr. krijgshaftig, strijdbaar, moedig, martyrologie, vr. Gr. geschiedenis der martelaren. Maryland, tabak uit den gelijknamigen Noord Amerlkaan-

scben staat

masculinl generis, Lat van het mannelijk geslacht, maskeeren, Fr. bedekken bewimpelen, verbloemen. ffM«M, in de negertaal: meester, massacre, Fr. gruwelijk bloedbad.

masseeren, Fr. kneden en wrijven van het lichaam, als geneeskundig of verfrisschend procédé, door een masseur of masseuse,

massief, Fr. stevig, vast, dicht niet hol, onbehouden. plomp.

mastodon(t), m. Gr. groot voorwereldlijk zoogdier.

masturbatie, vr. Gr. zelfbevlekking (= onanie).

mastiek, m. Gr. soort gom, die men kauwt om een welriekenden adem te krijgen.

masurka, mazurka (Poolsch) Poolsche nationale dans.

matador, Sp. stierendooder bij de corrida's} aanzienlijk, gewichtig man, iemand die uitmunt.

match, vr. Eng. weddenschap, wedloop, wedstrijd, partij.

mater, Lat moeder; mater dolorosa, moeder der smarten "(de H. Maagd); (zie alma); mater famllias, de huismoeder.

materiaal, o. materialen, Lat. de ruwe stof tot eenig werk, bouwstof, grondstof, bestanddeelen; materie, vr. Lat stof, grondstof, zaak, onderwerp; stof (als tegenst. van geest); materialist aanhanger van het materialisme, d.w.z. van de leer dat de stof, de materie (d.i. de lichamelijke zelfstandigheid) de eenige en eindoorzaak is van al wat bestaat; materialiseeren, lichamelijke hoedanigheden aannemen; materieel, bijvoeglijk naamwoord: stoffelijk, lichamelijk; zelfstandig naamwoord: voorraad van dingen, die men (bijv. bij de bearbeiding van iets) benut; het geschut van bet leger.

mathematicus, m. Gr. wiskundige, wiskunstenaar; mathematika of mathematiek, vr. wiskunde; mathematisch, wiskundig; mathesis, vr. = mathematiek.

aiatinée, vr. Fr. ochtendconcert; matineus, vroeg bij de hand,

8