is toegevoegd aan uw favorieten.

Zoek-licht : Nederlandsche encyclopædie voor allen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door vele goede waarnemingen en de ontwikkeling der seismologie of aardbevingsleer heeft men gevonden, dat er géén centrale bevingen of wel puntvormige bestaan; er komt altijd een reeks punten of wel een gebied, dat volstrekt niet rechtlijnig behoeft te zijn, in trillende beweging en zoo spreekt men van epicentrale gebieden. De oorzaken van aardbevingen kunnen verschillend zijn; de meeste geologen onderscheiden drie soorten:

1". vulkanische, die meestal van lokalen aard zijn,

2°. ..instortings-aardbevingen, tengevolge van 't instorten van kunstmatige of natuurlijke holle ruimten (in mijnstreken en bij kalksteen formaties), wier gebied ook zeer beperkt is.

3°. tektonische of dislocatie-aardbevingen, met de grootste gebieden van werking en vernieling. Deze ontstaan door bewegingen langs reeds bestaande spleten en breuken in de aardkorst (aardbevingslijnen); die lijnen zijn óf evenwijdig aan groote ketengebergten óf loodrecht op de as van zulke bergketens. Ze wijzen er op, dat er nog steeds barsten en spleten gevormd worden, ze staan dus in oorzakelijk verband met gebergtevorming. In een vulkanische streek, waar de vulkanische werkzaamheid als uitgeput beschouwd kan worden, kunnen aardbevingen en wel instortings-aardb. optreden. Zoo worden de bevingen, die Ischia in 1881 en '83 teisterden, toegeschreven aan het uitspoelen van den ondergrond door warm water; of aan vulkanische werking. Het feit, dat vele streken, waar vaak aardbevingen vnnrlmmpn Wilr am

kanische verschijnselen zijn, maakt dat vele tektonische bevingen als vulkanische worden beschouwd; wanneer echter het hypocentrum op een diepte van 30 a 60 K.M. ligt, waar een temperatuur heerscht van 1000° a 1500° C., dan kan de beving, volgens Gerland, onmogelijk een tektonische zijn; op die diepte, bij die temperatuur en hoogen druk zijn de gesteenten plastisch of zelfs dikvloei-

baar, zoodat een naar-beneden-storten van rotsstukken e.d. onmogelijk is. Bij zulk soort bevingen vebinden de centra zich in het overgangsgebied tusschen vaste en vloeibare stoffen; Gerland meent nu, dat de stooten of trillingen bier ontstaan als gevolgen van ontploffingen, die samengaan met de plotselinge overgangen van gas in vloeistof (gelijk

wc uai waarnemen dij ae vorming van water uit zuurstof en waterstof). Heftige explosies van deze soort werken in op de aardkorst, waarin ze verschuivingen en instortingen van natuurlijke gewelven en holten te weeg brengen, zoodat ze zich als tektonische a. manifesteeren, hoewel ze van anderen aard zijn. Ligt het hypocentrum onder den zeebodem, dus 't epicentrum in zee dan ontstaat er een zeebeving. Is deze van vulkanischen aard dan zijn de verschijnselen verschillend naar gelang van de heftigheid. Soms gaat 't zeewater ter plaatse slechts over geringen afstand omhoog, terwijl de temperatuur van 't water rijst, maar oók gebeurt het, dat met donderend geluid, waterdamp- en zelfs vuur- en rookzuilen uitgestooten worden tot op groote hoogte, terwijl soms lava en puimsteen in de zuilen mee omhoog worden geworpen. Door voortplanting ontstaat de vloedgolf, waarvan de voortplantingsnelheid afhankelijk is van de zeediepte. Bij de bekende Krakatau-uitbarsting (1883) werd ook de atmosfeer in beweging gebracht; er trad een luchtgolf op, die de geheele aarde eenige malen rondliep alvorens tot rust te komen jopmerkelijk is wel, dat bij tektonische zeebevingen de zee-oppervlakte óf rustig blijft, óf slechts in een borrelende beweging komt, alsof 't kookt. De groote vloedgolven zijn alleen toe te schrijven aan vulkanische oorzaken. Ligt 't hypocentrum dicht bij 't vaste land dan plant de stoot zich voort naar 't land, door de aarde heen en wordt als een gewone aardbeving waargenomen; dit geschiedt dikwijls in Japan, de eilanden van de Egeïsche zee en elders. In zee zelf is de voortplanting