is toegevoegd aan uw favorieten.

Zoek-licht : Nederlandsche encyclopædie voor allen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ASTROLOGIE—ASTRONOMISCHE PLAATS

waardeering der Grieksche wijsgeeren van dé Astrologie was zeer uiteenloopend, Plato nam ze aan, Aristoteles verwierp ze. Bij de Romeinen vond zij vele aanhangers onder 't onontwikkelde volk. Cicero, Plinius en Tacitus gelooven er niet aan, terwijl Seneca aanneemt, dat er een zekeren invloed van de planeten op den mensch kan uitgaan. De Christelijke Kerk veroordeelde de A. en de Codex Justinianeus stelde haar op één lijn met giftmengerij. Het as trol. geschrift van den Arabier Aboe Maschar werd vertaald (9e eeuw) en in Europa veel gelezen. De bloeiperiode van de beoefening valt in de 14e en 15e eeuw; tengevolge van de bestrijding door Savonarola e.a. later door Bordeion en den astronoom Sturm nam het geloof er in, af. Paracelsus en Cardanus brachten de astrol. in verband met geneeskunde

en cnemie. Beleende astronomen, zooals Tycho Brahe en Kepler hielden zich

mei astroi. op (laatstgenoemde om den broode). K. trok 1629 in Sagan den horoscoop van Wallenstein. Tegenwoordig staat de astrol. in Perzië, EngelschIndië en China nog in hoog aanzien. Ook in Nederland wordt tegenwoordig de astrologie wederom vrij veel beoefend (tijdschrift „Urania"). Zie odkhoroscoop.

Astromantie, 't Grieksche woord voor sterrenwichelarij.

Astrometeorologie is de wetenschap die zich bezig houdt met uit den stand der hemellichamen het weer te voorspellen. Uit den laatsten tijd zijn twee beoefenaars op den voorgrond getreden n.1. F. A. Schneider (t 1869) en de in 1903 overleden R. Falb.

Astrometer, een toestel door Sir John Herschel gebruikt om de lichtsterkte (z. magnitude) van sterren te meten (z. ook fotometrie). Hij vergeleek de helderheid van de, met het bloote oog zichtbare, sterren met de helderheid van de door lenzen zeer verkleinde maanschijf, waarvan hij 't beeld op een scherm opving.

Astrometrie is plaatsbepaling der hemellichamen.

Astronomie. Zie Sterrekunde.

Astronomische constanten zijn de constanten van aberratie, praecessie, mutatie, zonsparallax (z.a.).

Astronomische eenheid is de afstand van de aarde tot- de zon. Deze bevat 149,4 millioen K.M. Als afgerond getal neemt men veelal 150 millioen K.M.

Astronomisch jaar. Zie Jaar.

Astronomische Jaarboeken. Zie Ephemeriden.

Astronomische klokken zijn zeer nauwkeurig gaande slingeruurwerken, die gebruikt worden bij de waarnemingen om den juisten tijd aan te geven.

Astronomische of Keplersche Kijker. Als objectief doet een convexe lens O dienst (zie fig.). Het beeld, vlak bij het brandpunt F gevormd, wordt door een tweede convexe lens O, het oculair, bekeken (zie ook Hollandsche kijker), hetwelk dus als loupe werkt. Daar de stralen ten slotte nagenoeg evenwijdig in 't oog B moeten treden is 't oculair zóó

geplaatst, dat zijn brandpunt ook bijna in F valt. De „lengte" van den kijker is daarom (ten naasten bij) gelijk aan de som der brandpuntsafstanden van objectief en oculair. In A is een diafragma aangebracht om de randstralen tegen te houden (zie bij sferische aberratie). Astronomische maand. Zie Maand. Astronomische plaats van een hemellicht is 't punt aan den hemel, waar 't lichaam zich bevindt; de plaats wordt opgegeven door Rechte Klimming en Declinatie; vroeger ook wel door Astr. lengte en breedte (zie Coördinaten). Men weet hieruit de absolute plaats; kent men de verschillen der coördinaten van *t hemellicht en die van een andere ster (z.g.n. fundamentaal ster) dan kent men de relatieve plaats, waaruit door middel van de tabellen in den catalogus de