is toegevoegd aan uw favorieten.

Zoek-licht : Nederlandsche encyclopædie voor allen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een dunne kleilaag bedekt;'t»n W. van den Scheldemond overigens kleigrond als ia Holland en Zeeland, ten O. daarvan liggen de zandige Kempen. De Schelde, die op de heuvels van Picardië in N.Frankrijk ontspringt, is van Doornik at bevaarbaar; bij Gent neemt ze links de Leieop; bij Dendermonde rechts de Dender; bij Rupelmonde eveneens rechts de Rupel, die ontstaat uit de vereeniging van Dijle (waaraan Leuven) en Nethe. De Dijle heeft links de Senne, waaraan de Belgische hoofdstad Brussel. De bevaarbare rivieren zijn door bijna 50 kanalen met elkaar verbonden.

Klimaat en bevolking, 't N. W. heeft een zeeklimaat met een gemiddelde temperatuur van ruim 10" C.; 't Z. O. heeft een meer continentaal klimaat, veel ruwer met sterker schommelingen dan in 't W. De neerslag, die in de laagvlakte en 't heuvelland tot 800 m.M. per jaar klimt, bereikt in 't Z. O. wel 1500 m.M. De bevolking bestaat in hoofdzaak uit Vlamingen en Walen. De eersten, die 55 % der bewoners omvatten wonen ten N. van de lijn Kortrijk—Visé; de laats ten (45 %) ten Z. hiervan. Bijna 43 % spreekt uitsluitend Vlaamsen, 38 % Fransch, ruim 11 % spreekt beide talen; de rest heeft 't Duitsch tot moedertaal, waarvan sommigen tevens Vlaamsen of Fransch spreken. De godsdienst is de Roomsen-Katholieke; aan 't hoofd der geestelijkheid, die een hevigen strijd met de liberale en sociaal-democratische Katholieken voert, staat de aartsbisschop van Mechelen. De dichtst bevolkte prov. zijn Brabant, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Henegouwen; de schraalst bevolkte Namen en Luxemburg.

Bestaansmiddelen. 20 % der bevolk ng wijdt zich aan landbouw; geteeld worden behalve voedergewassen en granen (ook spelt) aardappelen, suikerbieten, vlas, boonen en erwten, tabak en hop. Door de dichte bevolking kan België niet in zijn behoefte aan broodkoren voorzien, zoodat daarvan moet worden ingevoerd. Het rijkst aan paarden zijn Henegouwen en Brabant, aan runderen en varkens

is O.-Vlaanderen; in de Kempen bloeit de bijenteelt. De meeste bosschen vindt men in de Ardennen, 't Kolengebied bestaat uit twee hoofdbekkens, dat van Henegouwen (Charleroi en Bergen zijn de middelpunten) en dat van Luik; in de Kempen is de kolenontginning nog in haar kindschheid. Behalve ijzererts wordt vooral mangaan- en zinkerts gedolven. De hoogovens, vooral die in Luik, verwerken echter nog veel buitenlandsch erts. De steengroeven leveren marmer, slijpsteenen, Quenastkeien en Esoauzijnsche steen; ook levert de bodem porceleinaarde en pottebakkersklei. Het Maasgebied bevat vele minerale bronnen, zooals de staalbronnen van Spa, de ijzerhoudende bronnen van Stavelot en Huy en de zwavelbronnen bij Luik. De industrie, die reeds in de Middeleeuwen bloeide, is na langen tijd van verval, in de 19de eeuw tot nieuw leven gewekt. Van de grootste beteekenis is de metaalnijverheid; centra zijn Luik, Seraing ('t etablissement Cockerill) en Charleroi; zij fabriceeren machines, wapens, rails, spijkers, plaatijzer, scharen, messen enz. Ook de glasindustrie mag er zijn; voor venster- en spiegelglas is België no. 1 op de wereldmarkt en ook zijn gebogen glas vindt goeden aftrek; middelpunten zijn Charleroi, Namen en Luik. Belangrijk is eveneens de productie van porcelein en aardewerk (Doornik), papier (Brussel) en leer (Stavelot). Verviers is de hoofdzetel der wolweverijen, Gent van de katoen en linnennijverheid. In Vlaanderen wordt hennep en jute verwerkt en is de kantindustrie weer opgekomen evenals in Brussel en Mechelen. Van groot belang zijn ook de suikerfabrieken in Henegouwen, de chocoladefabrieken in Brussel en Doornik, de bierbrouwerijen en destilleerderijen, sigarenfabrieken en diamantslijperijen (in Antwerpen). Handel en verkeer hebben gedeeld in den algemeenen vooruitgang. Daar België maar een kleine koopvaardijvloot bezit, worden de meeste waren in vreemde schepen vervoerd, 't Spoorweg- en tramwegnet is dichter dan in eenig ander Europeesch

28