is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boksen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoowel de sub 2°- als de sub 30 behandelde stooten noemt men in *t' Engelsch counters; in 't Hollandsen stel ik voor ze te heeten onderscheidenlijk weer- en nastooten.

De weerstoot kómt natuurlijk „het hardst aan". Het lichaam van den ander beweegt zich, zooals we bij de behandeling der stooten leerden, snel naar den aangevallene toe, botst tegen diens sneluitschietende vuist aan. Bij den nastoot staat de ander stil of trekt zich reeds terug. Toch is in 'n gevecht de uitwerking van den nastoot wel eens heviger dan die van den weerstoot, daar de laatste treft als de aanvaller, op 'n stoot rekenend, zijn spieren spant en dus weinig kwetsbaar is, terwijl de eerste dit doet juist wanneer de aanvaller zijn spieren ontspant of ontspannen heeft.

Bepalen wij ons nu tot de stooten, die zelve den aanval verijdelen, dus tot de tijd- en stopstooten.

a. De tijd stoot. Zooals wij zagen, moet de tijdstoot treffen vóór de ander raakt. Bij tegenstanders, die ietwat langzaam werken en bij hen, die hun eigenlijken stoot steeds laten voorafgaan door 'n schijnstoot of 'n onwillekeurige voorbeweging, gelukt de tijdstoot gemakkelijk, bij vlugge boksers is het moeilijker. Bi£ den volkómen tijdstoot, meestal een vluggen linkschen rechten stoot naar gelaat, blokt men slechts voor alle zekerheid het bedreigde lichaamsdeel. Beschikt de ander echter over