is toegevoegd aan uw favorieten.

De muzikale reis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Toekomstkunstenaars (Arnold Schönberg)

Het zou inderdaad interessant zijn indien een of andere mogelijkheid ons nu reeds het boek onder oogen kon brengen, waarin omtrent het jaar 2000 de muziekgeschiedenis zal zijn geschreven. Het zou ook een opluchting zijn. Wij zouden daarin kunnen naslaan wat het eindoordeel is geworden over Arnold Schönberg, die ons heden ten dage obsedeert als belangrijk experimenteerder in de toekomstige muziek, dien wij onze volle aandacht moeten geven — hij maakt het zoo — en die ons toch wanhopig onvoldaan, ongeroerd, onwetend laat blijven. Waar schort het aan ? Zijn wij niet „futurist" genoeg voor deze helsche verwikkelingen, die een Z.g. verfijnder nuance-gevoel met den ouden braven drieklank bedrijft l Ik kan het maar met ontgaan, dat de persoonlijkheid van Schönberg alleen zetelt in de verwarde omhaal, waarmede hij deze nieuwe verhouding tot het oude wil demonstreeren, zijn onvermogen om ons rechtstreeks deze waarheid over te dragen, zoodat ét hoofdzaak verdrinkt in de detai|s en door ons zelfs vergeten wordt. De beroemde „Harmonielehre", waarin wij over de quarten-akkoorden lezen, die Schönberg voor zijn eigendom opeischt, bevat feitelijk een uitleg door een zenuwachtig zoeken naar de quintessence van het nieuwe in de gaten en scheuren van het oude. Want Schönberg behandelt de muziek als een jachtveld. Hij heet futurist, maar hij is feitelijk ouderwetsch, beperkt, anti-modern. Ouder dan Debussy, dan de jong-Franschen, zelfs dan een eenvoudige harmonie-studie van Lenormand. Hij is een epigoon der Regers en der Straussen, een décadente nabloei van hun cultuur. Zijn verfijning is intellectueele décadence x vernuftig. Van muziek verstaat hij