is toegevoegd aan uw favorieten.

Literatuurlijst voor het adatrecht van Indonesië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mr. O. Tan Bockel. De zuiver inlandsche vereeniging (1920) [MiddelJava] ; Adatrechtlmndel XIX, blz. 264—284.

Dësa-akfen uit Semarang (1920—1923) [Middel-Java]; Adatrechtbundel XXV, blz. 64—67.

v. De Vorstenlanden. 1.

Het geheele adatrecht. The customary law as a whole. — L'ensemble du droit coutumier.

J. W. Winter. Beknopte beschrijving van het Hof Soerakarta in 1824; Bijdragen Koninklijk Instituut, 54 (1902).

G. P. Rouffaer. Voorwoord en Noten bij J. W. Winter's Beschrijving van 1824; Bijdragen Koninklijk Instituut, 54 (1902).

Desa-oorlogen (1825) [Vorstenlanden]; Adatrechtbundel XXV, blz. 124.

E. S. de Klerck. De Java-oorlog van 1825—1830, dl VI (Batavia, 's-Gravenhage, 1909).

R. Bousquef de F[illiettaz]. Korte beschrijving van de Javaansche regtbanken in de landen der Javasche vorsten, benevens uittreksels uit de wetboeken bij die regtbanken gevolgd wordende; Nederlandsche Jaarboeken voor Regtsgeleerdheid en Wetgeving, dl V (1843).

C. F. Winter. Instellingen, gewoonten en gebruiken der Javanen te

Soerakarta; Tijdschrift Nederlandsch-Indië, 1843, I. Gegevens over Jogjakarta en Soerakarta, uit Tijdschrift Nederlandsch-Indië, 1843—1859; Adatrechtbundel XIV, blz. 134— 141.

D. L. Mounier. Het boek der Nawolo-Pradhoto met Aanteekeningen

en Bijvoegselen betreffende de staathuishoudelijke inrichting der Javanen te Soerakarta; Tijdschrift Nederlandsch-Indië, 1844, I. — Afzonderlijk verschenen te Batavia, 1844. Korte inhoud der Javaansche wetboeken Hanggêr Sapoeloeh, Hanggêr-Hagêng, en Hanggêr- of Nawóló-Pradótö, en beschrijving der Javaansche gebruiken en instellingen; Regt NederlandschIndië, 1 (1849).

Compendium der voornaamste Javaansche wetten, nauwkeurig getrokken uit het Mahomedaansche Wetboek Moghardar enz. ; Regt Nederlandsch-Indië, 3 (1850).

Kalangs, Pinggirs en Gadjahmatti's (1860) (Vorstenlanden); Adatrechtburtdel XIX, blz. 382—384.

Soerjo Alam; Bijdragen Koninklijk Instituut, Nieuwe volgreeks, dl VI (1862).

Hanggêr Sepoeloeh. Uit het Javaansch vertaald door C. F. Philips (Soerakarta, 1877). ,