is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den mond Van den Donau. Maar tegenwoordig vindt men nog slechts een overblijfsel van de Scytische dialecten in den Kaukasus: het Ossetisch, dat gesproken wordt door eenige tienduizenden bergbewoners.

Er bestaat intusschen in Europa een Indisch dialect, dat van de Zigeuners. Wel hebben deze, alnaar den weg, dien zij volgden en de landen die zij bewonen, vreemde bestanddeelen in hun taal opgenomen ; maar de kern van hun taal blijft Indisch. De vorderingen en de eischen van een geregelde beschaving maken het voortbestaan van de Zigeuner-dialecten, die slechts door een beperkt aantal over de verschillende deelen van Europa verspreide individuën gesproken worden, hoe langer hoe onzekerder.

Alles te zamen genomen zijn alle thans nog bestaande Indogermaansche groepen in Europa vertegenwoordigd. Maar verreweg de meeste Europeanen spreken talen, die tot drie van deze groepen behooren, n.1. tot de Latijnsche, de Germaansche en de Slavische. De eenheid van ieder van deze groepen, die eerst sedert vijftien of twintig eeuwen verbroken is, kan nog door de sprekenden, mits zij hieraan hun aandacht willen wijden, waargenomen worden, terwijl dit, wat de Indogermaansche eenheid betreft, die sedert meer dan vijf en dertig eeuwen verdwenen is, alleen kan gelukken aan een taalgeleerde, die over de onontbeerlijke wetenschappelijke gegevens beschikt.

II. NIET-INDOGERMAANSCHE TALEN.

De talen, die niet tot de Indogermaansche familie behooren, hebben in Europa slechts een beperkte beteekenis. In WestEuropa vindt men er bijna geen. De meeste zijn afkomstig van invallen, die plaats gehad hebben in den historischen tijd. Europa is een gebied, dat geheel en al ingenomen is door de Indogermaansche groep, en zoo is de toestand reeds geweest sedert het begin van het historisch tijdperk, dat wil zeggen sedert de eerste duizend jaar vóór de Christelijke tijdrekening. De eenige

3