is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een groot gedeelte van deze nieuwe kolonisten, zooals de Ieren, spraken Engelsch, maar stamden af van lieden, die tot aan het begin van de XIXde eeuw een Keltische taal gesproken hadden. De overigen, en zij waren het talrijkst, spraken de meest uiteenloopende talen; daaronder waren millioenen Afrikaansche negers, Duitschers, Skandinaviërs, Letten, Litauwers, Russen, Polen, Russische, Poolsche of Galicische, voor het meerendeel Jiddisch sprekende Joden, Slovakken, Finnen, Italianen, Grieken en Armeniërs. Sommige staten van het zuiden, die nu tot de Unie behooren, hebben deel uitgemaakt van Mexico, waar de eerste volkplanting Spaansch geweest is en de eerste kolonisten zich met de inboorlingen vermengd hebben. Onontbeerlijk is het Engelsch, de offideele taal van het land en die van de heerschende klassen, voor alle bewoners, zoodra zij deel willen nemen aan het gemeenschapsleven, zaken willen doen of een rol spelen in de politiek. Het is de algemeene taal geworden van Noord-Amerika, alhoewel de groote meerderheid van hen die tegenwoordig de Vereenigde Staten of het Britsch Dominion van Canada bewonen, geheel of gedeeltelijk afstammen van ouders of voorouders, wier moedertaal geen Engelsch was.

Alleen de Fransche kolonisten, grootendeels landbouwers, die in Canada een dicht aaneengesloten massa vormen, hebben zich daar voorloopig als 't ware op een Fransch taaleiland te midden van de Engelsch sprekende bewoners van Noord-Amerika, weten te handhaven.

Zoo ziet men, dat het Engelsch, daar, waar zijn gebied de grootste uitgestrektheid heeft en het de taal is van de overgroote meerderheid van de bevolking, gesproken wordt door menschen van allerlei herkomst, wier voorouders in de XVIIIde eeuw voor het meerendeel andere talen spraken. In 1910 waren in de Vereenigde Staten op een totale bevolking van 93 millioen zielen, meer dan 13 millioen in het buitenland geboren en daarvan slechts één millioen in Groot-Brittannië en 1.300.000 in Ierland; 2.500.000 kwamen uit Duitschland, 1.700.000 uit Rusland en Finland, 1.170.000