is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

EENHEID EN SPLITSING.

Voor iedere „taalfamilie" is een gemeenschappelijke taal. wat uit de definitie zelf voortvloeit, de oorsprong; het „gemeenschappelijk" Indogermaansch voor de Indogermaansche families, dan het Latijn voor de Romaansche groep, voor de Slavische het gemeenschappehjk Slavisch, voor de Germaansche het „gemeenschappelijk" Germaansch. enz. Wat eveneens uit de definitie voortvloeit is. dat de „taalfamilies" een gevolg zijn van het feit. dat de aldus gevormde eenheden uit elkaar gevallen zijn. en dat de individuen, die de traditie van ieder van deze gemeenschappelijke talen bewaard hebben, ze verschillend gewijzigd hebben.

De hnguistische feiten, die aangeduid worden door „taalfamilies . bestaan dus hierin, dat er telkens weer nieuwe eenheden ontstaan en verdere splitsingen plaats vinden.

Inderdaad'toont de ervaring aan. dat de gemeenschappelijke talen zich onophoudelijk verbreiden over nieuwe gebieden en dat zij zich ook onophoudelijk splitsen in onderscheiden dialecten.

Deze twee neigingen, de neiging om een eenheid te vormen en de neiging tot splitsing, zijn even machtig. De eene of de andere krijgt de overhand al naar omstandigheden, en dikwijls zijn beide tegelijk in werking. Aan den anderen kant treden beschavingsinvloeden op. In een bepaalde streek, waar verschillende talen gesproken • worden, is gewoonlijk maar één belangrijke taal. die optreedt als voornaamste kuituurtaai en in het bezit is van een soort van recht rondom zich kuituurtermen te verstrekken. Dit is het geval voor het Chineesch. ten opzichte van het Japansch. het Koreaansch. het Annamitisch. of voor het Arabisch ten opzichte van het Perzisch, het Turksch (dat nochtans, evenals het Hindi, woorden overneemt van het Perzisch, ontegenzeglijk een aanzienlijke kuituur-