is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dien tijd deed zich dan ook de behoefte gevoelen om aan de nationale talen een in zekeren zin definitieven vorm te geven. En daar nu de nationale taal geroepen was om voor zekere doeleinden de eenmaal gevestigde geleerde taal, het Latijn, te vervangen, moest het dezelfde verdiensten trachten te verwerven. Men deed alle moeite om de taal onder Latijnschen en onder vreemden invloed te hervormen. De schrijftaal die tot hiertoe een afspiegeling van de spreektaal geweest was, verwierf hierdoor terstond een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van deze laatste.

De verandering is zeer zeker niet radicaal geweest. Vanaf de middeleeuwen, konden de nationale schrijftalen de spreektaal slechts ten deele en met eenige vertraging volgen. Een schrijftaal is altijd min of meer een geleerde taal, en zij vertoont neiging zich eigen wendingen, een eigen woordvoorraad, die onafhankelijk van de spreektaal blijven bestaan, te verschaffen. En van den anderen kant is er in de XVIde eeuw nog geen sprake van vaste lijnen en vormen : de schrijver heeft nog een groote mate van vrijheid ; en hij ondergaat zeer sterk den invloed van de taal, die om hem heen gesproken wordt. Er bestaat trouwens geen centralisatie; men schrijft en drukt in steden van zeer verschillenden aard. De Hervorming en de Tegenhervorming aan den eenen kant, de Renaissance en het traditionalisme aan den anderen, zijn gedurende de heele XVIde eeuw in conflict; en dat zijn geen bewegingen, die op een bepaald punt haar centrum hebben. Er bestaat dus nog veel verscheidenheid, veel vrijheid.

Niettemin komt er reeds meer vastheid. Een eigenaardig geval biedt het Duitsch aan. Vanaf de XlVde eeuw vertoonde het neiging om een gemeenschappelijke taal te worden, vooral in de gekoloniseerde landen van het Oosten, waar het puitsch een ingevoerde taal was. In de regeeringsbureaux van Saksen,, van Praag, van Weenen is het modern Duitsch tot stand gekomen. De bijbelvertaling van Luther heeft het algemeen karakter van deze taal op letterkundig en op godsdienstig gebied bekrachtigd.

In de XVIIde eeuw is de kristallisatie bijna overal een voldongen