is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot elkaar gekomen in dezelfde gelederen, en daarheen hebben de soldaten de dagelijksche omgangstaal van hun volksbuurt overgebracht. Door die verplaatsing in een militaire omgeving zijn de woorden uit de volkstaal in zekeren zin veredeld geworden, en schrijvers, die ongetwijfeld op grooten tegenstand zouden gestuit zijn, als zij in gewone omstandigheden de taal van de laagste Parijsche volksklassen in hun werken hadden opgenomen, konden deze nu, zonder aanstoot te geven, hun soldaten in den mond leggen. In Gaspard van René Benjamin, een vlot verhaal, zonder pretentie, en vooral in Le Feu van Henri Barbusse, met zijn gedwongen stijl maar verreikende strekking, speelt de volkstaal een belangrijke rol. Het vocabulaire, waarvan de soldaten zich bedienen, is bijna in zijn geheel afkomstig uit den tijd vóór den wereldoorlog. Er wordt geen gebruik van gemaakt in de verhalende en beschrijvende gedeelten, waar de auteurs huö eigen taal spreken, en een heel andere stijl te voorschijn komt. Deze laatste is, wat Henri Barbusse betreft, even kunstmatig en litterair als die van zijn soldaten plat is. Juist hierdoor springt htt ontzaglijk verschil tusschen het vocabulaire van de volksklassen en dat van de ontwikkelde standen in 't oog. Door het invoeren van de platte volkstaal in de letterkunde wordt de harmonie van het kunstwerk niet bevorderd.

Overal lijdt de letterkunde onder het kunstmatige van de taal. Het aantal uitdrukkingsmiddelen, dat een taal aan de schrijvers levert, is niet onbeperkt. De ervaring leert, dat de voorraad spoedig uitgeput is. Wanneer het oogenblik van uitputting eenmaal gekomen is, zijn de schrijvers in de noodzakelijkhdd formules te gebruiken, die reeds gediend hebben, z.g. „clichés." Zij trachten nieuwe effecten te bereiken door hun toevlucht te nemen tot archaïsmen, provincialismen, tot de volkstaal, tot woorden van eigen maaksel, tot halsbrekende wendingen; die kunstgrepen wijzen op verval en slijten op hun beurt. De Grieksche en de Latijnsche letterkunde hebben in de oudheid onder dezen toestand geleden en eeuwen lang in verval geleefd ; al de letterkunden van Europa en Amerika zijn aangetast door deze kwaal, waartegen men geen middel heeft.