is toegevoegd aan uw favorieten.

De talen in het nieuwe Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het in Cihaë gesproken werd. Het Slavoonsch, met een lichte aanpassing volgens de landstreken, aan het Boelgaarsch, het Servisch en het Russisch, is de taal van de Kerken van de Oost-Slavische volken gebleven.

Maar deze talen, vastgelegd in ouden tijd en in den vorm van een afzonderlijk dialect, en vooral bestemd voor kerkelijke doeleinden, voldeden niet aan moderne behoeften. Om ze als werkelijke landstalen te kunnen gebruiken, heeft men ze in de XIXde eeuw moeten hernieuwen.

Rusland, waar. sedert Peter den Groote, de toonaangevende kringen zich naar West-Europa richtten, heeft het eerst zijn oude taal laten varen. Het oud Slavoosch van de eerste Bijbelvertalers is gegrond op een dialect van het zuidelijke type, dat vrij ver van het Russisch staat. Alhoewel, vanaf de middeleeuwen, de Russen, die schreven, ertoe geleid werden het te wijzigen, vooral voor niet-kerkelijk gebruik, is het geschreven Russisch, tot het eind van de XVHIde eeuw een compromis tusschen het oud Slavoonsch en het Russisch. Aan het eind van de XVIIIde eeuw is men ertoe overgegaan het Russisch te schrijven, zooals het gesproken wordt, op eenige spellingkwesties na. Als er sedert dien in het geschreven Russisch veel Slavoonsche woorden voorkomen, dan is dit toe te schrijven aan het feit, dat sedert de middeleeuwen het Russisch zijn geleerden woordenschat aan het Kerk-Slavisch ondeend heeft, zooals het Fransch en het Engelsch dien uit het Latijn geput hebben. Het letterkundig Russisch staat dicht bij de gesproken taal, omdat het zich aan 't eind van de XVIIIde en in 't begin van de XIXde eeuw, naar deze gericht heeft en niets haar sedert dien daarvan verwijderd heeft.

De frischheid van de Russische letterkunde in de XIXde eeuw is voor een goed deel een gevolg van de nauwe betrekkingen, die de letterkundige taal met die van het heele volk onderhield. De bekoring, die uitgaat van Tolstoi's taal, vloeit voort uit haar idiomatisch karakter, uit de nauwkeurigheid van de nuanceeringen, uit haar natuurlijkheid. En het is geen spel van het toeval, dat