is toegevoegd aan uw favorieten.

Eene tweede Maria Monk of de verborgenheden van het Zwarte-Nonnenklooster te Montreal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijden, veel drukkender dan armoede en ontbering!"

Hij begon te beven, zijn oogen werden vochtig, en door zijne tranen heen zag hij mij op eene wijze aan, die eenen niet te beschrijven indruk bij mij te weeg bracht.

„En zult gij reeds spoedig vertrekken ?" I August knikte toestemmend. „Wij zullen elkander niet wederzien, mejuffrouw," en mij zijne hand reikende voegde hij er nauwelijks hoorbaar bij: „Sta mij toe, dat ik uwe hand tot vaarwel drukke 1"

Ik reikte hem mijne hand, hij drukte haar in de zijne en zich daarop snel verwijderende, zeide hij met eene gesmoorde stem : „vaarwel !" Aan het einde der straat gekomen zag hij, alvorens den hoek om te slaan, nogmaals om, wenkte mij een afscheidsgroet en verdween. Ik bedekte mijn gelaat met beide handen, opdat de voorbijgangers mijne tranen niet zien zouden.

I Die jongeling had een door mij ongekend gevoel in mijn binnenste verwekt. Later vernam ik, dat het liefde was!

i Ik verhaalde het gebeurde aan mijnen biechtvader, pater Gregoor, die mij verzekerde, dat August Stein niet anders was dan een Protestant, in wien de duivel gevaren was om mij te verleiden, en dat de teedere gevoelens, die ik hem toedroeg, zondig waren, evenals aan hem te denken zonde was, dat ik hem moest ontwijken, zoo vaak ik hem ontmoette, en de Heilige Maagd vurig bidden, dat ik den jongeling uit mijne gedachte mocht bannen.

Ik volgde getrouw de voorschriften van pater Gregoor en toen ik . als novice het Zwarte-nonnenklooster betrad, dacht ik niet meer aan August Stein, aan wien ik zulk eene groote verplichting had.

HOOFDSTUK III.

Mijn Noviciaat.

Hetgeen ik aan het slot van het vorige hoofdstuk verhaalde, viel voor, ruim een half jaar vóór dat ik de toestemming van mijnen vader bekomen had om in een klooster te gaan. Pater Gregoor en mejuffrouw Ducros, wellicht vreezende dat het gevoel, hetwelk August Stein in mijn binnenste had opgewekt, mij misschien van voornemen zoude doen veranderen, raadden mij aan, dat ik, daar ik toch besloten had in een klooster te gaan, wèl zoude doen aan dat voornemen zoo spoedig mogelijk gevolg te geven en maanden mij dagelijks hiertoe aan, door mij opmerkzaam te maken, dat ik op eenen leeftijd was, waarin de duivel het meest alle krachten inspande, om den mensch