is toegevoegd aan uw favorieten.

Eene tweede Maria Monk of de verborgenheden van het Zwarte-Nonnenklooster te Montreal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

opgeofferd. Ik ga de Heilige Maagd bidden dat uw hart eène keus moge doen, die u nimmer berouwen zal."

Bij deze woorden verliet mij de abdis en in mijne eenzaamheid nam ik weder het besluit, het klooster den volgenden dag te verlaten, en reeds telde ik de uren in mijne gedachten die er verloopen moesten, aleer ik August Stein en Lucie Laund zou wederzien.

HOOFDSTUK VIL Eene tijding uit het vagevuur. Ik word Zwarte Non.

Het scheen of sedert mijn verblijf in het klooster ieder plan, dat ik vormde, verijdeld werd, zoodra de uitvoering nabij was. Met het vooruitzicht om den volgenden morgen het klooster vaarwel te zeggen en in de wereld terug te keeren, waar mij alles tegenlachte, daar de aanzienlijke nalatenschap mijns vaders mij toeliet al die genietingen te smaken welke schatten verschaffen 'kunnen, legde ik mij ter ruste neder en het denkbeeld dat dit de laatste nacht was, dien ik in het klooster zoude doorbrengen, deed mij aangenaam insluimeren. In het midden van den nacht werd ik tegen mijn gewoonte wakker. Ik gevoelde een hevigen dorst en de grootste afgematheid, vergezeld van hevige hoofdpijn. Ik sliep weder in, doch mijn slaap was onrustig, daar ik door allerlei benauwde droomen werd gekweld en toen ik nogmaals in den morgenstond ontwaakte, gevoelde ik mij zoo ziek, dat ik onmogelijk kon opstaan.

Ik weende bitter, omdat ik door deze ongesteldheid mij verhinderd zag het klooster te verlaten en de abdis, die mij de grootste deelneming betuigde, zeide mij, dat het de hemel zelf was, die er zich tegen verklaarde, dat ik het klooster verliet en dat ik weldra geheel herstellen zoude, zoodra ik oprecht berouw gevoelde over mijn voornemen en er niet meer aan dacht het klooster te verlaten, waarin ik op zulk een wonderbare wijze werd teruggehouden.

Wanneer ik rijpelijk over die ziekte nadenk, dan kan ik die onmogelijk aan eene natuurlijke oorzaak toeschrijven, maar geloof veeleer, dat de abdis mij het een of ander heeft ingegeven, dat de ziekte ten gevolge had. Met zekerheid kan ik dit niet zeggen, doch ik houd er haar wel toe in staat. Mijne ongesteldheid ontaarde weldra in eene hevige ziekte, waarin ik oogenblikken had, dat ik van mijn verstand beroofd was en mijn vader meende te zien te midden van de folteringen der hel, evenals die op de schilderij waren voorgesteld, waarvan ik vroeger gesproken heb.