is toegevoegd aan uw favorieten.

Justijn de Martelaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus en van diens apostelen duidelijk verneemt, dat een eeuwig vuur bereid is voor hem die uit eigen wil .van God afwijkt, en voor allen die zonder berouw volharden in de afvalligheid, lastert hij bij monde van menschen van den aard dezer (ketters) den God die een gericht aanbrengt, en stelt hij de zonde zijner eigene afvalligheid op rekening van wie hem geschapen heeft, en niet op die van zijne eigene vrijwillige gezindheid, evenals zij die de wetten overtreden, en daarna straf hjden, over de wetgevens klagen én niet over zichzelven *).

III

En de allerbewonderenswaardigste Justinus heeft terecht uitgesproken dat de bovengenoemden 2) op roovers gelijken3).

IV

Justinus de Neapohtaan, een man die noch in tijd, noch in voortreffelijkheid ver van de apostelen afstond, zegt dat wat sterft geërfd wordt, dat wat leeft erft, en dat het vleesch sterft, doch het koninkrijk der hemelen leeft4).

V

Toen God in den aanvang den mensch geboetseerd had, maakte hij wat tot zijne natuur behoorde afhankelijk van zijne gezindheid en nam hij de proef met een enkel gebod. Hij

') Uit Iren. c. Haer. V 26, 2, zonder vermelding van Justinus' naam. De Gr. tekst uit een catena. Soortgelijke voorstelling bij lateren zie Otto II p. 252 ss.

2) Uit Tatianus, Or. ad Gr. 18; verg. Eus. H. E. IV 16, 7. Kwalijk te verineeren.

') De daemonen, verg. Tat. c. 12; Just. Apol. 1 54 of I 5 en II 5.

') Utt het boek over de Opstanding, volgens Methodius, bij Photius, Bibl. c. 234 p. 298 ed. Bekk., kwalijk te verineeren. Verg. Iren. e. Haer. V 9, 4.