is toegevoegd aan uw favorieten.

Justijn de Martelaar

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV

Te zwichten en uit den weg te gaan voor de hartstochten is de uiterste slavernij, evenals er over te heerschen uitsluitend vrijheid (is)*).

XVI

Terwijl niet te zondigen het grootste goed is, is een tweede goed gerechtvaardigd te worden (door boete) ; doch wie, ofschoon hij' langen tijd onrecht doet, ongetuchtigd blijft, dien moet men voor den meest ongelukkige houden *).

XVII

Het is onvermijdelijk dat door onervarenheid eh ondeugdelijkheid van den wagenmenner het span naar den afgrond gevoerd wordt, gehjk het door (zijne) ervarenheid en voortreffelijkheid behouden wordt2). ; .

XVIII

Het einddoel voor wie wijsbegeerte beoefent is gelijkheid aan God voor zoover mogehjk3).

XIX

Bij God is noch beperkte ruimte, noch iets zonder getal 4).

') Uit Ant. Melissa I 19.

2) Uit Ant. Mei. II 6.

3) Uit Ant. Mei. II 43; verg. Plato, Theaet. p. 176 B. *) Uit Joh. Dam.