is toegevoegd aan uw favorieten.

Wildvogel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ik geloof stellig, dat de dokter zuchtte bij de herinnering aan den ongelukkigen hond.

— Je lacht om mijn dierenliefde, kleintje 1 Maar dat is niet enkel een zwak van me, 't is ook mijn beginsel; het behoort tot mijn levensbeschouwing. Juist, omdat de dieren beneden ons staan en van ons afhankelijk zijn, hebben ze mijns inziens meer aanspraak op ons, dan wanneer ze onze gelijken waren.

— Meer aanspraak dan onze medemenschen?

— In zekeren zin ja. Hoe meer een wezen van mij afhankelijk is, des te meer aanspraak heeft het op mijn edelmoedigheid; hoe meer rechten ik op iemand kan doen gelden, des te meer moet ik waken voor machtsmisbruik, zei de dokter en zag nadenkend in Tasso's trouwe oogen.

— Doch dan moest u ook nooit vleesch eten, merkte ik op.

— Dat moest ik ook niet, en ik zou het ook liever niet willen. Ik heb het trachten na te laten, doch dat kon ik niet verdragen. Ik eet het thans zoo weinig mogelijk, en als ik het doe, dan zijn het niet mijn vrienden hier, maar arme dieren, die ik nooit gezien heb.

De dokter zweeg eenige oogenblikken en zijn gelaat had een uitdrukking van verdriet.

— Is het niet vernederend te moeten erkennen, vervolgde

hij, dat wij niet kunnen leven zonder elkander te verslinden?

Met elke ademhaling voeren wij een menigte kleine organismen

in onze longen en verteren ze — voorzoover zij ons niet verteren.

En de dokter glimlachte, terwijl hij zijn alleenspraak voortzette. Wildvogel. 2