is toegevoegd aan uw favorieten.

Wildvogel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jegens mij is hij enkel teederheid, en ik jegens hem. Wij trachten niet elkaar te troosten; wij weten, dat het vruchteloos zou zijn, maar wij dragen samen het gemis, en hebben deernis met elkanders zwaren last.

~ Op mijn leertijd gaat het nog wel, het te dragen; in de jeugd is het erger, zegt hij, en hij kijkt me onderzoekend aan. of het verdriet ook knaagt aan mijn levensdraad.

— Vader, in jonge jaren kan het ook. Dan geeft de smart vleugelen.

— Wildvogel!

Teeder was de streeling over mijn voorhoofd, onuitsprekelijk warm de toon van zijn stem.

Mij kwam hetzelfde „Wildvogel!" van andere lippen en op anderen toon te binnen, en ik weende.

Ik wilde weggaan en mijn tranen verbergen, maar bij hield mij tegen; ik gaf hem de verlichting der tranen, ik weende voor hem, want zelf kan hij niet ween en.

Smart! In de eenzaamheid voert de smart, maar niet in de enge, ingesloten eenzaamheid, waar men enkel zich zelf verneemt, neen. in de groote, ruime, waar men zich zelf vergeet. In de ruimte van de smart is alles groot en rein; het onedele en het lage vernevelt daar. De ruimte van de smart staat open naar de gewesten der oneindigheid; op vleugelen voert ze heen naar de hoogte door de poorten van donkere wolken.

Dat kasteel heb je mij ter woning gebouwd, Victor 1

4*