is toegevoegd aan uw favorieten.

Incunabelen Bibliotheek der Rijksuniversiteit te Utrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toeneming van het machtsbetoon der gilden, bewust van de bet eekenis van het dusver onmondige volk, maakten zij plotseling met den meesten aandrang aanspraak op invloed in de stadsregeering, voornamelijk in de Duitsche landen en in de Vlaamsche en Brabantsche steden. In de Noord-Nederlanden, b.v, te Utrecht, te Leiden, in Groningen en in het Oversticht gingen evenwel de aanvankelijk verkregen politieke voordeden onder de Bourgondische vorsten weder te loor.

Bijna tegelijkertijd of iets later deed het Humanisme, dat in de klassieke letteren zijn grondslag vond en door een vrijere studieopvatting zich een tegenstander toonde van de kerkelijke scholastiek, van uit Italië door Frankrijk en Duitschland tot in de Nederlanden en Engeland zijn invloed gelden. De vroegere onwetendheid begon te verdwijnen onder den invloed, die uitging van kapittel- en kloosterscholen; de bedrevenheid in 't lezen, schrijven en rekenen werd den ondersten lagen der stadsbevolking nu meer eigen. De lagere standen begonnen zich te voelen en begeerden met een hoogeren levensstandaard ook een hoog ere ontwikkeling.

Men verwondere zich niet, dat die politieke en sociale bewegingen, zoowel als de nieuwe humanistische geestesstrooming en de ontwaakte drang tot ontwikkeling bij den opkomenden burgerstand, eene verbreiding hebben bevorderd van stichtelijke en populaire lectuur in de landstaal, die, naast de van vroeger overgeleverde streng kerkelijke Latijnsche geschriften en de ridderromans, in de incunabelliteratuur eene plaats wist in te nemen. Met verrassende veelzijdigheid en verscheidenheid wisselen geleerde Latijnsche en stichtelijke, voor leeken bestemde, in de volkstaal overgebrachte geschriften elkander af, in de reeks van wiegedrukken der 15e eeuw. Daarin spreekt zich evenzeer de groote bedrijvigheid uit, die de stichtingen der Wiudesheimers en de Broeders des Gemeenen Levens aan den dag legden ter zake van het overbrengen, doen afschrijven en drukken van den bijbel en andere stichtelijke vertoogen.

Zuiver middeleeuwsche vertoogen en oud-klassieke uitgaven verschijnen tegelijkertijd met moderne humanistische, natuurwetenschappelijke en zedekundige verhandelingen. Aristoteles, Augustinus, Savonarola, Cicero, Thomas Aquino, Caesar, Tauler, Johannes Gerson. Sebastiaan Brant, Thomas a Kempis, Avicenna, Juvenalis, Jacobus de Voragine, Flavius Josephus, Plinius, Petrarca, Vegetius, Ludolphus de Saxonia, Pius II, de Epistelen en Evangeliën, Latijnsche schoolboeken en leerredenen — voorwaar een zonderling gezelschap! — vragen beurtelings de aandacht.

De waarde van de incunabelstudie voor de waarneming van het