is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboomte, gelegen temidden van uitgestrekte groenlanden, heidevelden of andere, schaarsch bevolkte landerijen. Ieder paar had steeds een groot jachtgebied en nooit nestelden twee paren in eikaars onmiddellijke nabijheid. Sedert 1927 is echter het laatste paar verdwenen en de kans om nog exemplaren van deze soort in ons land aan te treffen, is daardoor aanmerkelijk geringer geworden, want de raaf was in Nederland in hoofdzaak standvogel, al verlieten sommige paren 's winters hun broedgebied. Ook in de naburige landen is de soort sterk in aantal verminderd. Slechts in SleeswijkHolstein is zij nog betrekkelijk algemeen, maar overigens is zij in West-Duitschland, België, Luxemburg en Noordoost-Frankrijk zoo goed als uitgestorven. Dank zij de nasporingen van Mr. C. H. Thiebout te Zwolle zijn nog verschillende bijzonderheden over de laatste Nederlandsche ravenparen en over hunne voormalige broedplaatsen bekend geworden. Zoo waren er ongeveer 40 jaar geleden in de provincie Groningen nog een vijftal paren, te weten bij Midwolda („Ennemaborgh"), Slochteren („Fraeylemaborgh"), Wedde, Ter Apel en de Leek (waarschijnlijk op „ Groot Nienoord',) (cf. De Levende Natuur, XXXIV, 1929/1930, p. 411). In Friesland hebben na 1900 nog enkele paren genesteld, meest in het oosten van de provincie. Zoo bevindt zich in de collectie van 's Rijks Museum een 4-legsel van 18 April 1896, afkomstig van den Boschberg, gemeente Ooststellingwerf en een 5-legsel van 19 Maart 1904 uit Beetsterzwaag. Verder heeft er zeer waarschijnlijk in Trynwalden, de streek rond Oenkerk en Oudkerk, langen tijd een paar gehuisd, want nog tot 1917 werden bij laatstgenoemd dorp raven gezien. In Drente leefden de laatste paren o.a. in de buurt van Grolloo, onder Eemster bij Dwingeloo en op de „Klencke" bij Oosterhesselen. In Overijssel broedde een paar in de nabijheid van de stad Zwolle, waarvan beide vogels in 1921 werden doodgeschoten. In Gelderland was omstreeks 1913 een nest op den „ Wildenborch" bij Vorden en ook bij Nijkerk moet nog langen tijd een nest zijn geweest, terwijl de „ravenboom" van Hagenau eveneens op een oude broedplaats schijnt te wijzen. In denTielerwaard bevonden zich tot ongeveer 1916 twee nesten, het eene bij het kasteel Neerijnen, het andere bij het huis Mariënweerd onder Beesd (Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Vogels, 1898 — 1923, p. 159). Het laatste nest in deze provincie bevond zich te Millingen aan den Rijn, maar ook hier zijn de vogels sinds 1927 verdwenen (Ardea, XVIII, 1929, p. 23). De provincie Utrecht heeft na 1920 ook nog twee paar raven gehuisvest, namelijk een bij Breukelen aan de Vecht en een dicht aan de provinciale grens in het Linschoterbosch (Jaarbericht Club nederl. vogelk. XIII, 1923, p. 93).

Op de buitenplaatsen langs den duinkant hebben eveneens na 1900 nog raven gebroed; in 1904 nestelde voor het laatst een paar op „Raaphorst" onder Wassenaar, waarvan het legsel van 4 eieren in een verzameling terecht kwam. In de tweede helft der vorige eeuw moeten deze vogels ook in de omgeving van Noordwijk en Haarlem niet zeldzaam zijn geweest, want 's Rijks Museum bezit 5 voorwerpen van eerstgenoemde localiteit uit de jaren 1858 t/m 1866 en 4 uit de omstreken van Haarlem; onder deze laatste bevindt zich een jong, dat nog niet kon vliegen, van 29 April 1863.