is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in welk land reeds meer dan 40 stuks werden buitgemaakt. Ook in ons land is de soort een onregelmatige najaarsgast, die in sommige jaren zeer talrijk kan optreden, zooals in 1753, 1840, 1847, 1850, 1864, 1885, 1886, 1893, 1900, 1911 en 1913. In andere jaren verschijnen er minder, zooals in 1887, 1888, 1889, 1907, 1912 en 1917 en soms vertoonen er zich in het geheel geen. Volgens Kleinschmidt bestaan deze vluchten, waarvan het niet zeker is of de er aan deelnemende vogels ooit weer in hun vaderland terugkeeren, in hoofdzaak uit jonge vogels en uit vogels, die nog maar kort het volwassen kleed dragen. Vogels van eenige jaren oud treft men er niet onder aan, die schijnen hun broedgebied niet te verlaten.

In ons land worden deze notenkrakers gewoonlijk waargenomen tusschen einde September en einde November, een enkeling nog tot in December en Januari. Van overwinteren in ons land is weinig bekend. Wel is de soort in het voorjaar van Februari tot half April in klein aantal bij ons waargenomen. Slechts een tweetal zomerwaarnemingen zijn uit ons land bekend: 3 Juni 1918 is een ? bij Borculo (Geld.) geschoten en aan 's Rijks Museum toegezonden en in Juni en Juli 1913 is waarschijnlijk een exemplaar op Voorne gezien (Ardea, III, 1914, p. 24). Over het geheel zijn de vogels, die ons land bezoeken, opvallend weinig schuw.

Over de broedgewoonten van den dunsnaveligen notenkraker is maar weinig bekend, behalve dat deze vorm eveneens zeer vroeg in het voorjaar nestelt en dat hij zich in zijn woongebied bijna uitsluitend met nootjes van den Siberischen arve(Ptnus cembra sibirica) voedt. De in Engeland en in ons land buitgemaakte voorwerpen hadden zich met graan en insecten, o.a. mestkevers, gevoed.