is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Orde PASSER1F0RMES. Familie STURNIDAE.

N°. 324.

Sturnus vulgaris Linnaeus.

DE SPREEUW.

Plaat 361: oud d in den zomer '), oud d in het voorjaar, oud $ en jong cf.

„ 362: jong d in overgang, oud d in winterkleed en oud ? in winterkleed.

Sturnus vulgaris Linnaeus, Syst. Nat. ed. X, 1758, p. 167. Nozeman en Sepp, Ned. Vog. I, 1770, p. 25, pl. 14. Temminck, Man. d'Orn. 1815, p. 81. Id. id. 2e éd. I, 1820, p. 132; III, 1835, p. 74. Schlegel, Vog. van Ned. 1854—'58, p. 284, pl. 145 en 146. Id. Nat. Hist. van Ned. Vog. 1860, p. 108, pl. 14, fig. 5 en 5a. Albarda, Aves neerl. 1897, p. 11. Van Oort, Notes Leyden Mus. XXX, 1908—'09, p. 207. Van Pelt Lechner, Ooi. neerl. I, 1910—'13, pl. 11.

Sturnus vulgaris vulgaris, Snouckaert van Schauburg, Avif. neerl. 1908, p. 10. Id. Jaarber. no. 5 Club nederl. vogelk. 1915, p. 66. Van Oordt en Verwey, Voorkomen en trek Ned. vogelsoorten, 1925, p. 87. Hens, Avif. Limburg, 1926, p. 34 en 171.

Nederlandsche volksnamen: Spraan; bij de Amsterdamsche poeliers vroeger Panlijster; in Groningen: Spra, Sprotter en de jongen Dotter; in Overijssel: Sproa en de jongen Doddekonte; in het land van Kuik: Sproon; in Limburg: Sprauw, Spreef en Sprieuw. Friesch: Protter, Staer, Staring, Starring, Stork en de jongen Protsek (de Vries).

Engelsch: Starling.

Duitsch: Star.

Fransch: Etourneau.

Beschrijving. Oud d. Vederen van kop, hals, rug, schouders, stuit, borst, lichaamszijden en buik puntig van vorm, zwart, op kopzijden, schouders, benedenrug, stuit, benedenborst en buik met groenen glans, op achterhals, halszijden, bovenborst en soms op bovenkop met violetten glans, op het achtergedeelte der lichaamszijden met blauwvioletten glans; slagpennen donkerbruin, aan het einde met zwarten zoom, de binnenste kleine slagpennen omzoomd met zwart, dat langs de buitenvlag violetgroen glanzend is; bovenvleugeldekvederen groenglanzend zwart; ondervleugeldekvederen en okselvederen bruin met licht geelbruine zoomen; staartpennen zwartbruin, het middelste paar met zwakken olijfgroenen glans, de buitenste paren met zeer smallen

*) Bij het oude d in den zomer, dat in den linker bovenhoek van plaat 361 is afgebeeld, waren de licht geelbruine punten van de rugvederen nog niet geheel afgesleten, hetgeen in de figuur niet volkomen juist is weergegeven. De rug moet aan de zijden nog enkele, kleine vlekjes vertoonen.