is toegevoegd aan uw favorieten.

Ornithologia Neerlandica

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ijsgors heeft een circumpolaire verspreiding en bewoont gedurende den broedtijd de arctische en subarctische streken van de oude en de nieuwe wereld, zooals de kusten van Groenland, Lapland, Jan Mayen, Kolgoejew, Waigatsj, Nova Zembla, FransJozefsland, noordelijk Siberië en Noord-Amerika. Ten zuiden van den poolcirkel komt de soort alleen hoog in het gebergte voor, zooals op het Dovre-fjeld in Noorwegen. In Kamsjatka en op de Kommandeur-eilanden broedt een meer roestkleurige subspecies, Calcarius lapponicus coloratus Ridgway, terwijl een 2e subspecies, Calcarius lapponicus alascensis Ridgway, die op de bovenzijde lichter van kleur is, in Alaska voorkomt. Misschien zijn ook de iets grootere ijsgorzen van Groenland als een afzonderlijke subspecies te onderscheiden. De ijsgors is een bewoonster van de toendra s en van moerassige, met lage wilgen en dwergberken begroeide terreinen. Het d zingt gewoonlijk in de vlucht en geeft daarbij een lang gezang ten beste, dat uit fraaie, soms aaneengerijde, soms afzonderlijke, vaak zeer welluidende strophen bestaat en dat met een eenigszins stumperig leeuwerikslied te vergelijken is; hij behoort dus niet tot de zgn. refreinzangers. De lokroep doet denken aan dien van de sneeuwgors en klinkt als „tjieoew , eenige malen herhaald; ook laat zij wel een soort gorgelenden roep hooren, klinkend als „tërrrëk, tëk-tërrrrëk", vooral als zij laag over het terrein vliegt. Het nest ligt op den grond, meestal verstopt in een graspol of in andere lage vegetatie; het is gebouwd van grashalmen en mos en van binnen met veeren gevoerd. Begin Juni, in het hooge noorden 2 weken later, bevat het de 6, soms 5 of 7, eieren, welke op groenachtig grijze of olijfbruine grondkleur met roodbruine wolkjes en enkele donkerbruine ki asjes en haarlijntjes geteekend zijn. Zij meten, volgens Jourdain, 20.67 X 14-96 mm. en worden voornamelijk door het ?, maar ook door het 6 uitgebroed. Het voedsel van de ijsgors bestaat uit onkruidzaden, in den zomer ook uit insecten.