is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het fort benoemd, en in den nacht" van 30 op 31 December gingen Coen en de aanwezige Raden van Indië scheep. Den 2 Januari 1619 had een onbeslist gevecht met de Engelsche vloot plaats, zeven tegen elf. Den 3en, toen men acht tegen veertien stond, werd besloten om Jacatra aan zijn lot over te laten ,,'t zij dat het diffencibel of niet diffencibel zij", naar Ambon te loopen en versterkt terug te keeren; desnoods, heette het, konden de belegerden „met d'Engelsen of den Koning van Jaccatra wel een goed accoord maken". Dienzelfden dag schreef Coen aan Van den Broecke dat hij, in het uiterste geval, het fort liefst moest overgeven aan de Engelschen. Naar Nederland uitte hij 1~4 Januari zijne beduchting, dat het wegens gebrek aan kruit niet te houden zou wezen tot zijne terugkomst.

147. Van een zoo helder hoofd, een zoo beslist karakter, komt ons deze gansche handelwijze zoo wonderlijk voor, dat de eenige verklaring deze schijnt: Coen's hart hing zóózeer aan deze „collonie", dat hij haar niet kon prijsgeven. Aan den anderen kant, hij was zoo volkomen overtuigd dat de hulp uit de Molukken te laat zou komen, dat hij er ook niet eiken beschikbaren man aan wilde wagen om haar te verdedigen. Hij verkoos dus erom te dobbelen: met eene zwakkere vloot, die hij niet riskeeren wilde, te slaan tegen eene sterkere, en met een onvoldoend garnizoen zonder schietvoorraad tegen eene overmacht. Den eersten worp verloor hij, den tweeden heeft hij gewonnen, niet door eigen overleg maar door de ongehoorde lamheid zijner tegenpartij. Dat hij zelf naar de Molukken toog, was even natuurlijk als dat Napoleon te Smorgoni zijne geteisterde legioenen verliet en zich uit Rusland naar Parijs haastte om een nieuw leger te organiseeren. Maar hoe zou thans Coen's glorie stralen, wanneer hij zich in het fort had geworpen en dit van den ondergang had gered! Andere Hollanders hebben nooit een besef gehad dat zij iets groots in Indië verrichtten. Zij deden hun plicht en meer dan dat, maar vonden het alles heel gewoon. Hunne nuchterheid

§ 48. verlamde elke vlucht der verbeelding. Een Van Riebeeck vaart