is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

photo's hebben opgenomen. Op deze komen wij later terug.

§184. In het algemeen blijft derhalve het beeld, dat de stad omstreeks 1650 opleverde, nog al nevelachtig. Ook de reisbeschrijvingen dateeren bijna alle van later jaren, doch reeds in een Duitsch verhaal uit Van Diemen's tijd blijkt, hoe, diep de indruk was, wanneer men, na een tocht over grenzenlooze wereldzeeën, zich plotseling in eene Europeesche stad bevond met behoorlijke huizen en straten, eene kerk met Christelijke godsdienstoefening en klokgelui, een Stadhuis met burgerrechters en zelfs een paar geriefelijke galgen voor twijfelachtige elementen. Deze indruk bepaalde zich volstrekt niet tot personen, die voor het eerst den neus buiten hunne woonplaats of hun vaderland staken. De scheepskapitein Woodes Rogers vat in 1710 zijne ondervinding aldus samen. „In short, I was perfectly surpriz'd, when I came hither, to see such a noble city and Europeans so well settled in the Indies". Wij zullen elders zien dat hoog ontwikkelde Franschen ongeveer

§185. eveneens spraken. Voor den Hollander vooral moest het grootsche gezicht van Straat Soenda en de doortocht tot aan Batavia's reede buitengewoon treffend zijn, wanneer al die vaderlandsche namen in zijn oor klonken, van de Behouden Passage, Welkomstbaai en Prinseneiland langs Dwars-in-denweg en Toppershoedje (het zal wel „Doopershoedje" geweest zijn, de hooge menistenhoed) tot de eilandjes met louter stadsnamen: Amsterdam, Schiedam, Alkmaar en zoo verder, wier breede kring den voorhof tot 's Compagnies domein vormde. Vergeleek hij zich bij den Engelschman, hoe moest hem het hart zwellen van trots! „Op eijgen gront", schrijft Wouter Schouten, bezit de Engelschman niets dan het fort Sint George te Madras en het weinig beduidende Bombay. Dit laatste was door Portugal afgestaan onder den bruidschat van Catharina van Braganza, de echtgenoote van Karei den Tweeden, en was dus inderdaad hun eigendom, maar het fort Sint George was lang een onzeker bezit, en buiten de wallen hadden de Engelschen niets te zeggen. Nog honderd jaar later betaalden zij pacht voor den grond hunner nederzetting te Calcutta.