is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bovenverdieping der cipierswoning zal echter nogal dragelijk geweest zijn. Deze bovenkamers zijn later gebruikt voor gevangenis van Europeanen en aanzienlijke Inlanders. Zoo heeft Dipo Negoro daar eene kleine maand doorgebracht vóór zijne opzending naar zijn verbanningsoord 1).

i 529. Tot aan 1846 is het Stadhuis als gevangenis gebruikt, en tot het laatste toe is die gevangenis volgepropt gebleven met een driehonderdtal gedetineerden, terwijl er maar plaats was voor honderd. Typhus en dysenterie heerschten daar steeds verschrikkelijk; wij lezen dat in 1845 binnen vier maanden 85 % der gevangenen stierf.

Sedert 1690 werd de gevangenis bediend door den Stadschirurgijn. Ook later vernemen wij van medische behandeling der gevangenen. Zelfs werden slaven bij ziekte ter verpleging „naar de vrijmansboeien gebragt", hetgeen op zichzelf reeds voldoende is om den innigen afkeer te verklaren, die onder de inlandsche bevolking van Batavia bestaat tegen opneming 53o. in een hospitaal. Toen het Binnenhospitaal in 1798 werd opgeheven (§ 599), werd dit „Stadsverband" daarheen overgebracht, maar toen de gebouwen van het Binnenhospitaal werden afgebroken, verhuisde het weer naar de gevangenis, zoodat bijvb. Onchristenen, die op straat een ongeluk kregen, voor eerste geneeskundige hulp naar het Stadhuis werden getransporteerd. En toen Van der Capellen in 1824 een apart Stadsverband oprichtte, waar hulpbehoevenden werden verpleegd en gevoed en vrouwen met venuskwalen werden afgezonderd, was dit helaas weder in de onmiddellijke nabijheid van het in 1822 gebouwde nieuwe Kettingkwartier 2). De

1). De Javasche Courant van 1830 maakt met geen woord melding van Dipo Negoro's komst te Batavia als gevangene en zijn vertrek naar Menado. Dit droevig orgaan, het eenige destijds op Java, verzwijgt stelselmatig alle stadsnieuws. Vandaar dat wij niet hebben kunnen ontdekken waar Dipo Negoro precies gelogeerd heeft.

2). Dit Kettingkwartier van 1822 verving het in 1812 opgerichte in de salpeter- en zwavelpakhuizen bij de Waterplaats en den zaagmolen (§ 664). In de Jav. Courant van 28 Febr. 1846 wordt officieel gecon-