is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft vernomen, is de devotie voor den Kapitein Jas van Tanahabang eene bron van stil vermaak.

Betreedt men heden den doodenakker der Buitenkerk, dan vindt men behalve de prachtige zerk van Zwaardecroon (photo E 9) slechts zeer enkele grafsteenen. Vermoedelijk zijn er nooit veel meer geweest. De wapenborden, die in het gebouw hangen (photo D 16), herdenken de voornaamste op het kerkhof bijgezette personen. Zwaardecroon heeft bij het gemeen willen slapen, en is als belooning van zijn Christelijken zin ongestoord gebleven in zijne laatste woning, terwijl alle andere Gouverneurs-Generaal uit den Compagniestijd behalve Van Overstraten, Alting en Siberg, die op Tanahabang rusten,

§ 569. al lang opgeruimd zijn. Een nog hooger geplaatst persoon ligt echter vergeten bij de Buitenkerk, de Commissaris-Generaal S. H. Frijkenius, de eerlijke zeeman, die te gronde ging in een hopeloozen strijd tegen de Bataviasche corruptie en „zonder eenige statie" wilde begraven worden bij de Buitenkerk, waar hij 7 Juni 1797 in huurkelder No. 56 werd bijgezet. Maar overigens was dit de begraafplaats van het laagste Compagniespersoneel, hetwelk daar in zoo grooten getale opdaagde, dat om de twee of drie jaar het kerkhof moest worden ontruimd. In 1790, een jaar van zware sterfte, werden hier in het geheel 2381 personen ter aarde besteld, waarvan 2203 Compagniesdienaren, dus slechts 178 burgers en vreemdelingen, bijvb. matrozen der op de zeer ongezonde ree liggende schepen. Daar het Europeesche garnizoen van Batavia toenmaals zeer zwak en het civiel personeel ook niet al te talrijk was, moeten die 2203 Compagniesdienaren voor het meerendeel hebben bestaan uit pas aangekomenen, die te Batavia overleden, voordat men hen naar de buitenkantoren kon doorzenden. Dit verklaart den schrik voor Kapitein Jas volkomen.

§ 570. Zoo vele herinneringen verbonden zijn aan de Buitenkerk, zoo weinig leeft de heugenis voort der verdwenen Luthersche, eene stichting van den G.-G. van Imhoff, die bij Heeren Majores het systeem van godsdienstvrijheid had voorgestaan, op