is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durft zijn kwaad geweten niet reppen, want in dit tehuis voor arme weezen had de Regeeering tegelijk zijn nichtje Aaltje gezet, die toen 12 of 13 jaar was en van wie de rijke oom zich niets aantrok. Wilde hij het kind niet mee naar Holland nemen om het uit die ellendige omgeving te redden, hij had toch bij zijn vertrek een bedrag kunnen deponeeren om haar nu en dan iets extra's te verschaffen. Maar zijn verregaande hoogmoed was te deerlijk gekrenkt; hij verkoos nooit weer van dat gezin te hooren.

§ 585. De drie in het Spinhuis gezette dames kwamen eenige jaren later los en leidden verder een kommerlijk bestaan. Johanna bleef getrouw aan hare vrije opvattingen, zoodat de Diaconie al spoedig weigerde haar langer te steunen. Marie overleed in 1723 op de Jonkersgracht; moeder Anna zocht daarop een plaatsje in het Armhuis, waar zij het volgend jaar den adem uitblies, ongeveer gelijktijdig met Johanna, hetzelfde jaar, waarin Oom Frans in Holland zijn reuzenwerk begon uit te geven.

Toen Aaltje Breving in het Weeshuis kwam, vond zij daar als Binnenmoeder met toezicht over de meisjes de weduwe van Notaris Wetgen, een zeer weinig ontwikkeld menschje, dat gaan noch staan kon en alles moest laten aankomen op eene helpster, die een tijd in het Spinhuis had moeten brommen (wij zijn hier in eene zéér nette omgeving) en sedert aan het brommen was gebleven. De weesjongens stonden onder den Vader van het Armhuis. Zij werden in den regel op karwei gedaan en, als hun leertijd om was, op vrije voeten gesteld.

§ 586. Er was aan het huis eene school verbonden, waar lezen, schrijven, wat rekenen en verder vooral psalmzingen en de catechismus werden onderwezen. Over dat eenvoudige leerplan deed men jaren en jaren. Het moet eene helsche foltering zijn geweest om al maar door, uit en daarna, datzelfde schrale geestesvoedsel op diezelfde banken te slikken en te herslikken. Des Zondags dreunden de weezen tijdens de godsdienstoefening ten aanhooren der gemeente hunrfe van buiten geleerde catechismuswijsheid op, om te toonen, welke goede vruchten