is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugmoesten 1). Dat zij in Nederland bleven, werd „in t reguard der voortteelingh" niet wenschelijk geacht, eene opmerkelijke uitlating in verband met de positie van den Indischen halfbloed destijds in de Nederlandsche samenleving (§ 989). i 843. Men make echter uit het bovenstaande niet op, dat de slaaf in het oude Batavia geene rechten zou hebben gehad. Hij had zelfs rechten die verbaasd doen staan. Niets belette hem, eene vrije vrouw te trouwen en bij haar kinderen te telen die, den staat der moeder volgend, vrij waren. Slavenkinderen werden zelfs op de Compagniesscholen toegelaten. Een slaaf kon, natuurlijk met vergunning van zijn meester, een winkel houden, eigen slaven bezitten, ja, een testament maken. Het schoenmakersgild klaagt in 1665 over de concurrentie van de slaven, die ditzelfde ambacht uitoefenen; nog sterker, na afgelegd examen konden slaven zelfs in dit gilde worden opgenomen. Ook konden slaven zich (alles natuurlijk met medewerking van den eigenaar) vrijkoopen. Wij geven onder onze photo s eene dergelijke acte van vrijkoop (photo J 19), voor Schepenen anno 1712 opgemaakt, die daarin verklaren dat de vrijgelatene in staat is zich zelve te onderhouden en dus niet te eeniger tijd ten laste van de Diaconie zal komen. Een plakkaat van 1682 eischte die verklaring, maar men begrijpt hoe weinig vat men op zulke vrijgelatenen of hunne vroegere meesters had, en welk een overlast de gemeenschap leed van gewezen slaven, die den kost niet konden verdienen en die juist daarom, en § 844. omdat men van hen af wilde, in vrijheid waren gesteld. De emancipatie van zulke paupers is dan ook op allerlei wijzen belemmerd, maar zonder veel succes. Overigens bleef tusschen den vrijgelatene en zijn vroegeren heer, ja diens gezin, een zekere band bestaan met zekere verplichtingen, het kwam voor dat de kinderen van den laatste nog de vruchten plukten

1). Of men in den Compagniestijd ook „zeebaboe's" had, is ons niet bekend. De Javabode van 6 Oct. 1869 heeft deze advertentie: „Baboe Serina, van hare 24e reis naar Europa teruggekeerd, biedt zich weder aan om eene familie derwaarts te vergezellen". Dat mensch had dus minstens 12 jaar gevaren.