is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 927. teugel liet. Nadien bespeurt men niet veel meer van den overmoed van den Kapitein, maar dat zijne betrekking zeer gewild bleef, blijkt niet enkel uit de daareven vermelde „hommages", welke hij aan den Gouverneur-Generaal voldeed, maar ook uit het hooge „recognitiegeld", dat voor de benoeming van officieren werd gehe.ven. Nog in 1812 beloofde een Chinees aan het Raadslid Cranssen een „tuin", zegge eene buitenplaats, als deze hem Kapitein maakte. Ook voor titulaire rangen, die in 1809 werden ingesteld, had men veel geld over. Deze gaven recht op zekere honneurs, eene lagere rijtuigbelasting en een kosteloos graf van de grootste afmeting.

§928. Eene ambtswoning had de Kapitein oorspronkelijk niet. Maar wel was het reeds in 1680 gewoonte, dat op den eersten dag der Europeesche maand eene vlag woei van een stok voor zijn huis, als aankondiging van den betalingstermijn van het Chineesche hoofdgeld, huishuren en dergelijke. Daarom heet onder Chineezen te Batavia de eerste dag onzer maand nog steeds de „dag der vlaghijsching". In 1743 verkocht Van Imhoff aan den Kapitein-Chinees een half verbrand huis in de Zandzee, dat is in blok H op Van der Parra's kaart, welke buurt daarnaar nog heden Kampong Tiang Bandera, „het vlaggestokdorp" heet. Bij het overlijden namelijk van dezen • Kapitein in 1747 kocht de Regeering dat huis als ambtswoning voor zijn opvolger. Toen het in 1805 zou worden afgebroken, keurde zij goed dat de Kapitein-Chinees het kocht en dat aldaar, evenals tot dusver, de vergaderingen van den Chineeschen Raad zouden worden gehouden. De latere verhuizing van dezen Raad naar het nog bestaande Oud-Hollandsche huis op Tongkangan *) zal wel samenhangen met de afbraak van het heele blok H, waarvan thans geen spoor meer te vinden is.

§929. Die „zoogenaamde" Chineesche Raad, zooals wij hem in 1739 door Schepenen hoorden betitelen, is eenigszins nevelachtig. Reeds anno 1618 duikt in de Resoluties der Regeering een „Chineese raad" te Bantam op, die echter geene Chineesche

1). Er hangt daar eene oorkonde van 2 Nov. 1791, bevattend de namen der opeenvolgende Chineesche officieren.