is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eene streek N. N. O. van Manila, waaruit de Spanjaarden goede soldaten wisten te maken. In 1633 ontmoet men hen het eerst te Batavia (§ 170). Toenmaals vormden zij door hunne afkomst eene tegenstelling tot de grootendeels uit VoorIndië afkomstige Mardijkers. Daar zij later bij den jaarlijkschen optrek tezamen met de Ambonsche Christenen eene compagnie uitmaakten, moeten zij eveneens Christenen geweest zijn. Hunne officieren droegen in den beginne Spaansche namen, geene Portugeesche. Aangezien echter de Papangers in 1702 met de Bandaneezen werden vereenigd onder een Mohammedaanschen Kapitein, is het wel duidelijk dat deze kleine klasse alras haar nationaal en Christelijk karakter heeft § 954. verloren en een mengelmoes is gaan vormen. Sedert 1740 vernemen wij van eene Papangercompagnie, waaronder destijds administratief ook de Mooren ressorteerden. Deze compagnie heeft steeds dat gemengde en minwaardige karakter behouden. Het werd gewoonte, bij den Kapitein der Papangers de vrijgelaten slaven in te schrijven 1). Vandaar dat zij de „compagnie Papangers of Mardijkers" heetten, welke benamingen, zooals wij reeds aanstipten, destijds met den Christelijken godsdienst niets meer te maken hadden. De compagnie „Papangers of Mardijkers" wordt aldus zelfs onderscheiden van de „inlandsche Christenen". Behalve zes tamboers had deze compagnie nog 28 tjakalèler's, die al tandakkend voordansten. Krachtens oude traditie echter was de Kapitein steeds

1). In 1781 werd bepaald, dat de door Christenen vrijgelaten slaven zouden behooren tot de Papangers, en de door Onchristenen vrijgelatene zouden staan onder de Hoofden der inlandsche kampongs. Dit onderscheid (een curieus gevolg van de oude opvatting, dat de Christen zijn slaaf Christen maakt, hem redt uit de hel der Ongeloovigen) is echter niet gehandhaafd kunnen worden, naar het schijnt omdat de vrijgelatenen liefst tot de Papangers behoorden, bij wie geene kampongdiensten kunnen hebben bestaan, omdat zij nooit eene kampong gevormd hadden. Onder den Kapitein der Papangers hoorden ook de Depoksche Christenen. Het politiereglement van 1828 schrijft voor, alle vrijgelaten slaven te doen inschrijven onder de Papangers.