is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgesteld betreffende den burgerhandel. Het loont daarom hoegenaamd de moeite niet, om verder van die bepalingen kennis te nemen. Wij noteeren enkel de onvrijheid der „eenigste producten, welke Batavia voor den particulieren handel opleeverd", zooals Andries Teisseire het uitdrukt, namelijk suiker en arak. Mossel maakte van "de suiker zelfs een Compagniesmonopolie. Later is de uitvoer van beide artikelen geheel afhankelijk van den Shahbandar en den Equipagemeester (§ 778 en 787). De rijsthandel was in handen der Regeering (§ 679).

§ 1022. Een ander gulden woord van Mossel, namelijk dat de achteruitgang van Batavia samenhangt met de opontbieding, tijdens den G.-G. Durven, van een aantal bekende smokkelaars, geeft ons de eenige juiste verklaring van Batavia's toenemenden bloei in de jaren welke aan deze catastrophe voorafgingen. Dat die bloei niet afhing van de bepalingen omtrent den wettigen burgerhandel, ziet men uit het volgende. Omstreeks of in 1662 begint in Nederland eene periode van begunstiging van den Bataviaschen burgerhandel, die in Indië wordt gesteund door den G.-G. Maetsuijker en zijne medestanders, waaronder Pieter van Hoorn. Men ziet zelfs burgerscheepjes varen op de Malediven, op Arabië, op China; er is zoowaar kwestie van om het heele kantoor Palembang aan eene burgerkongsi over te doen. Mettertijd had langs dezen weg de burgerij op een hooger standpunt kunnen geraken. Maar dat Batavia nu bizonder bloeide tijdens die periode van vrijeren

§ 1023. burgerhandel, is niet te bespeuren. In 1676 draaide de wind in Holland. Dat was het fatale: de wind kon altoos draaien. Er komen nu uiterst strenge monopoliebepalingen. ,,Als een van beijden moet klagen", zoo luidt de zonderlinge praemisse der Heeren in Holland', „soo is 't veel beter dat sij [de burgers] dat doen als de gansche Compagnie." Voor alle zekerheid worden nu zelfs de burgerscheepjes opgekocht. Het Opperbestuur geniet de voldoening, aldus een aantal burgers te ruïneeren. Maar enkele jaren later blijkt de smokkelhandel der ambtenaren in vollen fleur te staan, en niet het verval van