is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar eigen schip bijna vrachtvrij naar Perzië zenden of lijnwaden naar Europa. Ook is duidelijk, dat een hooggeplaatst ambtenaar dit beter kon dan iemand anders, omdat hij met den schipper niet zoo behoefde te marchandeeren en in de haven van aankomst allicht kosteloos beschikte over lichters, pakhuisruimte en personeel. En tegen hem, die dit alles vrij had, kon de Compagnie, welke de kosten èn voor hem èn voor zich zelve betaalde, natuurlijk niet concurreeren. Hij kon meer geld besteden bij den inkoop en een lageren prijs vragen bij den afzet. De Compagnie werd dus letterlijk leeggezogen door dieze parasieten.

§ 1026. Ondanks alles is het moeielijk, zich over dezen sluikhandel te verbazen of te belgen. De Compagnie kreeg niets dan het verdiende loon voor haar cynisch en oliedom egoïsme. Weliswaar, er was een landsbelang van hooge beteekenis gemoeid bij haar welvaren. Maar wanneer de Souverein nooit de geringste blijken gaf van belangstelling in het welvaren der Compagniesdienaren of harer burgerij, waarom zouden dezen hun persoonlijk voordeel dan ondergeschikt hebben gemaakt aan dat der heeren monopolisten, wier willekeur de eenige wet in het Oosten was? Vandaar de algemeene sympathie met den sluikhandel en de schaamteloosheid waarmee die werd gedreven. Soms heeft hij iets heerlijk pittoresks. Wat dunkt U bijvb. van het sluikkostuum van het Japansch Opperhoofd? Het Opperhoofd te Decima was bij aankomst in Japan persoonlijk vrij van visitatie. Van deze kieschheid werd op kiesche wijze gebruik gemaakt. Men vervaardigde voor hem een keurig ambtsgewaad, dat bij de loge berustte en aan boord werd aangetrokken. Misschien is het zoo iets geweest als een scaphander of hanssop. Tenminste, wanneer de man het aanhad, moest hij aan weerskanten door een pootig matroos stijf worden vastgehouden om den valreep af te kunnen komen. Het heele pak zat volgepropt met smokkelwaar, die langs den neus der buigende Japansche douane naar binnen waggelde.

§1027. Niet onaardig is ook, dat de Advocaat-Fiscaal te Batavia, de zuil van Recht en Wet, in 1666 zoodanig door smokkelgeest