is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en van die enkele logés kon het huis immers niet bestaan. Het was echter niet alleen een logement. Er was ook pakhuisruimte en de logés genoten het voorrecht van vrije laadprauwen

en van vrijdom van visitatie hunner goederen aan

den Boom! Die visitatie geschiedde in het logement zelf. Geen wonder, dat het Heerenlogement ten slotte de plaats is geworden, waar onze Engelsche vrienden opium binnemsmok§ io5o. kelden en suiker clandestien uitvoerden. Verder was het huis vrij van de pacht op het slachten van vee en had het een zeker aantal huurrijtuigen, waarvan geene belasting werd gevorderd. Behalve dat de vreemde handelaren, zooals te Batavia gebruik was, al hunne ingevoerde goederen wel bij kavelingen in het Heerenlogement zullen hebben verkocht, kreeg deze inrichting privilege als vendulokaal van vaste goederen, waarvan de Kastelein dan /8 % toucheerde. Deze voorrechten hadden natuurlijk de gewone neiging tot vreemdsoortige uitzetting. Zoo werd in 1803 bepaald, dat alle vreemdelingen alléén mochten rijden met de rijtuigen van het Heerenlogement. En toen het niet vol te houden bleek, om de verkoopingen van vaste goederen alleen daar te houden, bleef niettemin de Kastelein zijn }/8% trekken, al had de vendutie §io5i. niet bij hem aan huis plaats. Wanneer de vreemde handelaren, om kosten te besparen, hunne ladingen niet aan den wal brachten maar ze op monster verkochten en dan op de reede overscheepten, vond men dit ongepermitteerd en dwong men hen om dan toch pakhuishuur aan het Heerenlogement te voldoen, evenals zij deze pakhuishuur ook moesten betalen van de goederen die zij uitvoerden, al waren die nooit bij het Heerenlogement opgeslagen geweest. Bij de latere opheffing dezer inrichting ontwaart men zelfs, dat de vreemdelingen aan den Kastelein 1 % moesten voldoen van hunne ingevoerde contanten, en 1% van het bedrag der bij de Compagnie ingekochte goederen, welke beide smakelijke percentjes aan de Wet volkomen onbekend waren. Het vermoeden is daarom niet ongewettigd, dat hooge Heeren steeds bij het Heerenlogement betrokken zijn geweest.