is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s lus. Wat allereerst bij onze oude Bataviasche meubelen de aandacht trekt, is de variëteit en kostelijkheid der houtsoorten. Zoo onvindbaar als in het hedendaagsche Indische huis een meubel is van ander hout dan djati, zoo onbestaanbaar was vroeger eene inrichting geheel uit eene zelfde houtsoort. Er hebben natuurlijk modes geheerscht evenals thans, nu het djati, dat het rijk alleen heeft, soms eens lichter dan weer donkerder of zwart gepolitoerd wordt. Er is een tijd geweest, dat het ebbenhout domineerde en een tijd', dat het uit de mode was geraakt en het Ambonsch hout de voorkeur had verworven, maar van alleenheerschappij eener houtsoort was vroeger nooit sprake. Men had onbewust te veel oog voor kleur, om zich te vergenoegen met de eentonigheid van een gelijkgetint meubilair en kon aan den smaak voor afwisseling te beter voldoen, omdat de Compagnie, van welke toch meest alles moest komen, in dagelijksche betrekking stond tot allerlei landen en streken, waar meubelhout een belangrijk uitvoer-

§ 1150. artikel vormde, zelfs voor de Europeesche markt. Bovendien nam een naar Batavia overgeplaatst ambtenaar niet zelden uit Ceilon of Bengalen of Ambon of Sourate zijne van inheemsch hout vervaardigde meubelen mee, die dan bij sterfgeval of repatrieering verstrooid raakten door de gansche stad en eene welkome aanwinst vormden bij de heerschende mode. Zoo komen tot in de kleinste boedels meubelen voor, waar geen Bataviaasch schrijnwerker de hand aan heeft gelegd, en vele andere, die misschien wel ter plaatse zijn vervaardigd, maar dan van buitenlandsch materiaal, waarin de Compagnie handel dreef. Bovendien bestond er in sommige kuststreken van het Indische vasteland eene inheemsche meubelindustrie, die ook voor den export werkte en nergens een gereeder afzet vond dan te Batavia.

§1151. Het een en ander verklaart de rijke verscheidenheid in het materiaal der oude Bataviasche meubelen. Eigenaardig dat juist het voortreffelijke djati daarbij eene zeer bescheiden plaats inneemt, en dat rofamneubelen, gelijk men er thans in de huiskamer vindt, onbekend schijnen te zijn geweest of althans volkomen geminacht werden.