is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheid, dat het soms aan alle zijden, zelfs den achterkant van een meubel is aangebracht, waaraan een Europeesch werkman niet zooveel zorg pleegt te besteden. Niet minder wijst het voorbeeldeloos geduld, waarmee in de hardste houtsoorten de fijnste figuren uitgesneden of uitgestoken zijn, op een werkman, voor wien tijd geene waarde heeft en die voor een gering loon het meest ingewikkelde patroon zal volgen en namaken.

Deze zaken, de kostelijkheid van het materiaal, de moeielijkheid zijner bewerking (want de beste instrumenten breken er op) en de verbazende tijd, die aan het ornament moet worden verdaan, maken eene goede nabootsing dier oude Bataviasche meubelen eenvoudig onmogelijk.

§u68. Gaat men nu boedelbeschrijvingen vergelijken, dan ontwaart men omstreeks 1695 eene modeverandering. De meubelen (meest die van ebbenhout, soms ook die van kaliatoer) worden beschreven öf als versierd met „bloemwerk" öf met „beeldwerk"; de bloemen zijn öf „klein" en „laag" öf „groot" en „verheven", terwijl er sprake is van oudmodische en nieuwmodische meubelen, welke laatste veel hooger getaxeerd worden dan de eerste, zoodat bijvb. zes oudmodische stoelen van ebbenhout op slechts negen rijksdaalders worden geschat. Deze onderscheiding tusschen oude en nieuwe mode duurt voort tot omstreeks 1720. Wanneer in latere inventarissen dit onderscheid niet langer wordt gehandhaafd, mag men wel aannemen dat de oudmodische meubelen geheel zijn verdwenen, dat wil zeggen, dat geen Europeesch gezin ze langer wil hebben en dat zij naar de Pakodjan en de kampong zijn verhuisd, waaruit zij in onze dagen weder te voorschijn kwamen. Tegelijk echter blijkt uit de boedelbeschrijvingen, dat het ebbenhout zelf veel minder gewild is dan vroeger en andere houtsoorten, vooral het linggoeahout, op weg zijn het te verdringen. § lm Waarin nu het verschil tusschen oude en nieuwe mode bestond, wordt duidelijk bij eene vergelijking der meubelen zelf, vooral van die met „bloemwerk". Men vindt namelijk een vlak ornament, waarin de lotus het meest op den voorgrond treedt als middenmotief van ranken, bladeren en krullen, een