is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond toen ook dikwijls een buffet, soms van boven met lood bekleed, soms voorzien van een looden koelbak, waarin een mengsel van salpeter en water werd gedaan om dranken te frappeeren; de flesch werd dan in een vochtig servet rondgediend. Eene enkele maal is het koelvat een verplaatsbare bak van marmer of wit koper; de boedel van Nicolaas Hartingh bevat er een van zilver ter zwaarte van zes kilo 1).

§ lm In vele Bataviasche huizen vond men voor het opbergen van linnengoed of andere dingen de toetoemboe of het „tomtommetje", de Moluksche vierkante in elkaar passende doozen van gevlochten bladeren, met schelpjes en kralen versierd. Soms hadden die een respectabelen omvang, getuige Valentijn's verhaal, hoe hij 's nachts in zijn huis een vreemden slaaf attrapeerde, een Romeo die een onderhoud met zijne Julia zocht en zich op het hooren van onraad „als een slang" in een tomtommetje had opgeschoten.

5 lm Voor de plaatsing van voorwerpen, die bij de hand moesten zijn of die men te pronk wilde stellen, dienden de talrijke knapen of guéridon's van het Bataviasche huis, in allerlei formaat, tot manshoogte toe. Het meest werden zij gebruikt als onderstel van een blaker of kandelaar of kaarsstolp en voor de vele cuspidoors of kwispeldoors, die zoowel door het rusteloos

1). Het maken van kunstijs was niet bekend; eerst in 1860 vindt men eene „ijsmachine" geadverteerd. Pas den 25 April 1870 begon de eerste ijsfabriek te werken, die op Parapatan aan de kali stond. Tevoren werd ijs geimporteerd.

Omstreeks 1840 namelijk kwamen te Calcutta heele scheepsladingen natuurlijk ijs uit Noord- Amerika. Toevallig arriveerde den 16 Nov. 1846 te Batavia zoo'n schip vol ijs, dat 28 Juli van Boston was vertrokken. De lading werd toen verkocht voor een dubbeltje per pond en strekte tot 6 Febr. van het volgend jaar. Grappig is, naar aanleiding hiervan, eene advertentie als de volgende: „Aanstaanden Donderdag den 24sten December zullen eenige muzijkanten kleine muzijkstukken uitvoeren in de Salon des Glacés, hotel de Provence [zie § 1059]; verschillende Yssoorten zullen dien avond gereed zijn". De Inlander zag het ijs „met stomme verbazing en ontsteltenis" en probeerde het te bewaren als kostbaar kristal (Jav. Cour. 3 Febr. 1847). Het werd O.ctober 1847, eer er weer eene scheepslading opdaagde en het Salon des Glacés weer