is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVII.

§1247. | E drie hoofdgebeurtenissen in het menschelijk leven, ■ geboorte, huwelijk en overlijden, benevens de daarI s mee samenhangende Bataviasche gebruiken verdienen wel eene afzonderlijke bespreking. Wij kunnen echter ook hierbij niet verder springen dan onze pols wil reiken, met andere woorden, van de gebruiken bij geboorte en doop valt voor ons weinig te vertellen, omdat daaromtrent niets in onze bronnen te vinden is.

Het Hollandsche bakeren (§ 115) is al heel vroeg afgeschaft. Wat wij verder bespeuren, is alleen dat aan de doopsprei niet zelden veel geld werd verdaan, natuurlijk om bij den gang naar de kerk heerlijk voor den dag te komen. Echter kon men zijn wichtjen ook thuis laten doopen. De Predikant te Samarang verzekert in 1815 dat de Zondagspreek een veel grooter gehoor zou trekken, wanneer er tevens gedoopt werd; zooals het thans gaat, zucht Zijn Eerwaarde, kan ik wel den ganschen dag tusschen de wielen zitten om aan zuigelingen het doopsel te brengen — een verblijdend getuigenis omtrent de vruchtbaarheid der Samarangsche echtverbintenissen.

§ 1248. Gelukkig vloeien onze bronnen minder karig aangaande huwelijksaangelegenheden. Ook in onze officieele bescheiden is daarvan niet zelden kwestie, want het spreekt wel vanzelf, dat de Compagnie zich nadrukkelijker met het huwelijk harer Christenonderdanen bemoeide dan tegenwoordig de Staat. Volgens toenmalige opvatting had immers de Overheid, die zelve hare macht aan God ontleende (§ 1406), ook te waken voor het eeuwig heil harer onderdanen. Vandaar de bepaling der Bataviasche Statuten van 1642, dat geen Christen zou mogen trouwen met eene Onchristen en aldus zijne onsterfelijke ziel in gevaar brengen. Door tegelijk aan Christenen het concubinaat te verbieden, meende men de gemeente rein van