is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smetten te kunnen houden, maar de dwangmiddelen bleken niet krachtig genoeg, en de van ouds bestaande ontucht tierde steeds welig voort. In den lateren Compagniestijd overtiof het aantal onechte geboorten uit Christenvaders verre dat der wettige. De huishoudster was een erkende factor in de Europeesche samenleving geworden en wie zich tot ééne "bepaalde, had van niemand eenig verwijt te duchten. Wij bespraken deze zaak in § 841 en 983 e.v. en bepalen ons hier tot het wettig huwelijk.

1249. Dat ieder Europeaan ook hiertoe de vergunning der Regeering noodig had, zelfs wanneer hij niet in haar dienst stond, gold sedert 1615 als regel. Nu eens werd daar scherper op gelet, dan weer minder scherp, maar zelfs in den Engelschen tijd bespeuren wij nog dat geen Christen kon trouwen zonder schriftelijke vergunning van den Lieutenant Governor. Men zag echter kans om de Regeering te vangen in den strik harer rechtzinnigheid en haar desnoods de vergunning tot een huwelijk af te dwingen.

Volgens de orthodoxe leer namelijk, berustend op een of twee plaatsen in het Oude Testament, stond eene trouwbelofte, als teeken waarvan de ringen werden gewisseld of een „pand der minne" geschonken, in bindende kracht gelijk met een huwelijk. Hoe ongeraden het nog heden in Engeland is om zich eene trouwbelofte te laten ontglippen, is overbekend: al wordt men niet meer tot een huwelijk genoodzaakt, zonder kleerscheuren komt men er niet af. Te Batavia ontmoet men daarvan enkele merkwaardige gevallen. Zoo in het begin van Maetsuijker's bestuur, toen eene jongedame, die van haar vrijer niet langer wilde weten, zelfs haar ring van hem had teruggekregen en zich met een ander had verloofd, door den Keikc raad vervolgd werd: zij moest en zou met haar afgewezen minnaar trouwen. Gelukkig kwam de goddelooze Maetsuijkei

§ 1250. tusschenbeide. In 1762 veroordeelt de Raad van Justitie eene weduwe, die „wijgerig is geworden" eene gegeven trouwbelofte na te komen, om „met den suppliant binnen den tijd van ses weeken" de huwelijkssponde te beklimmen. Men vindt