is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet te pas kwam, daar weer eene hoogmoedsbelasting

§1252. voor betalen. De Commissie teekende dan het voorgenomen huwelijk in haar register aan en reikte eene verklaring uit, dat bij haar geen bezwaar daartegen bestond l). Daarmee verscheen men bij den Kerkeraad, en wanneer ook hier geene tegenkanting was ondervonden, werd het aanstaand huwelijk drie achtereenvolgende Zondagen van den kansel aan de gemeente bekend gemaakt. De derde afkondiging werd liefst terstond door de voltrekking van het huwelijk gevolgd, nadat wederom eene vergunning van het College van Huwelijksche Zaken was overgelegd. De macht der Kerk derhalve was bij deze gewichtige aangelegenheid uiterst gering. Zonder voorafgaande vergunning van het wereldlijk gezag kon zij noch de geboden afkondigen, noch het huwelijk sluiten. Weigerde zij hare medewerking (wat eene enkele maal is voorgekomen), dan stapte de Regeering met ruwe laarzen over haar heen en deed zij het huwelijk voltrekken door den Secretaris van een der rechterlijke colleges ten overstaan van eene commissie uit dat lichaam.

§ 1253. Dit zijn derhalve de hoofdlijnen. De zwier van het huwelijk wisselde natuurlijk naar iemands r&ng en fortuin; ook is er

1). Daarvoor kon noodig zijn de overlegging van eene doopcedel, emancipatiebewijs of verklaring van bekenden dat bijvb. de bruid vrijgeboren is, vergunning van ouders of voogden, eene kerkelijke attestatie, permissiebiljet van den Gouverneur-Generaal, en vooral een certificaat der Weeskamer, dat deze geene pretenties op de aanstaanden had. Waren partijen slaven, dan gaf de lijfheer schriftelijk vergunning. Van de voltrekking van het huwelijk hielden Comm. van Huw. Zaken in den ouderen tijd geene aanteekening. De Predikant deed dit slechts door in zijn register van ondertrouw naast de namen der partijen drie strepen te trekken dwars door eene derde streep; elk dezer drie strepen beduidt eene verrichte afkondiging, de derde het voltrokken huwelijk. De zekerheid dat een ondertrouw is gevolgd door een huwelijk, blijft dus in den ouderen tijd zeer precair en hangt letterlijk aan een streepje. De namen van den Predikant en de getuigen blijken heelemaal niet; de ouderdom der partijen soms wel, soms niet. Alles saamgenomen, was de wettigheid van huwelijk en geboorte in deze kerkelijke handen lang niet veilig gewaarborgd. Later werd men wat zorgzamer.