is toegevoegd aan uw favorieten.

Oud Batavia

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetzelfde orkest, dat het volgend jaar bij Hasselaer's trouwpartij optrad en wekelijksche uitvoeringen van vocale en instrumentale muziek in het Heerenlogement wilde geven. Nog heden klinkt daar bij dien koepel dagelijks muziek, het lied van den arbeid; voorhamers hebben de pauken vervangen, eene stoomfluit de flute douce.

§1355. Trouwens, eene soortgelijke cacophonie zal ook in den Compagniestijd wel eens onder den naam van muziek ten beste zijn gegeven. Wie geen verstand van muziek had, volgde het voorbeeld der Portugeezen en liet zich door slavenarbeid daarvan voorzien. In 1676 vinden wij al aan de Kaap slaven die de harp en theorbe, eene soort luit of mandoline, bespelen. Cornelia de Bevere heeft in 1689 „drie jongens, die op de bas, viool eri harp speelen, als wij aen tafel sitten", en ook Valentijn spreekt van slavenconcerten. Destijds gebruikte men bij voorkeur snareninstrumenten. De pret werd echter pas compleet, toen men zijne slaven met blaasinstrumenten, pauken, Turksche trom en triangel uitrustte, zooals Valckenier's orkest van vijftien man, en dan bij groote feesten deze ronzebons, de gamelan, eenige trompetters en trommelslagers uit het garnizoen benevens ettelijke Chineesche fluitspelers en gongartisten tegen elkaar in liet musiceeren dat de stukken er afvlogen. Die slavenmuziek heeft nog lang geduurd. Anno 1822 vertelt er iemand, hoe hij bij den Resident van Pekalongan logeerde en hoe zijne gehoorzenuwen daar den ganschen avond werden gemarteld door de krassende violen en piepende fluiten van een half dozijn oude maar ontzettend taaie bedienden. Zoo zijn die inlandsche muziektroepjes ontstaan, die men later bij danspartijen liet komen en die nog heden op

§ 1356. Nieuwjaar de stad doortrekken. De Europeesche bevolking had de muziek zoowat verleerd. Von Wurmb, die viool speelde, schrijft in 1776 dat er maar vijf liefhebbers te Batavia zijn. In Daendels'tijd vindt men als eene merkwaardigheid eene serie van zes concerten, bij inteekening onder leiding van een Duitscher gegeven in het logement te Weltevreden, en bij het feest in 1816 ter eere van Nederlands herstel (§ 1350) gaven