is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af, dan vervalt hij in boete en bij voortgezette nalatigheid wordt zijn onderpand executoriaal verkocht. Nu moge dit alles in onze oogen als vanzelf sprekend gelden, de soliede Atjèher ziet daarin allerlei hindernissen, waardoor hij liever langs anderen weg zijn doel tracht te bereiken. Voor credietwaardige lieden — en we hebben hier speciaal Groot-Atjèhers op het oog — is het geïmporteerde Volkscrediet dus niet zoo'n begeerlijke uitkomst, als sommigen wel willen doen gelooven.

Voor niet credietwaardige lieden staat de zaak geheel anders. Voor dezen is het vaak zeer moeilijk bij eigen landslieden aan contanten te komen, of zij vervallen in handen van woekeraars, die de slechte kansen van terugbetaling wel in de door hen geëischte zeer hooge rente weten te disconteeren. Voor zulke zwakke broeders is de Bank natuurlijk een redder in den nood. Zij behooren dan ook tot haar gewone cliënteele. Vaak gaan de aanvragen met allerlei valsche voorgevens gepaard, die noch de administrateur, noch zijn handlangers (de agenten) kunnen controleeren. En dat de Bank daar dan de dupe van is en haar post van achterstanden zorgwekkend ziet aangroeien, ligt voor de hand. Maar ook het zorgelooze deel der bevolking zelve, wordt door zulk al te vrijgevig crediet verarmd. Nu kan men wel zeggen, dat niet de Bank, maar de bevolking daar zelf de schuld van is, maar de waarheid is toch, dat als de Bank er niet geweest was, die onwaardige speculanten ook niet in de verleiding zouden zijn gekomen. Indien men eens kon becijferen, welk een klein gedeelte van de ruim twee millioen gulden, die de Bank te Koeta Radja in haar eerste tienjarig levenstijdperk heeft uitgeleend, aan de bevolking werkelijk is ten goede gekomen, dan zou men zeker niet weten, waarover men zich meer verbazen moet: over zooveel kwade trouw en misbruik aan den eenen kant, of over zooveel goedgeloovigheid en controlegebrek aan de andere zijde. Een streng toezicht op de noodzakelijkheid der leeningen en op het besteden van het geld is bij zulke credietinstellingen toch voor alles noodig. Men overdrijft niet met te zeggen, dat het meeste geld aan feesten verspild en verdobbeld is. Bij velen is de bank dan ook geenszins populair (vgl. dl. I, p. 229).

Er werd reeds opgemerkt, dat de hulp der afdeelingsbanken alleen reikt tot de bezittende klasse, terwijl de niet-bezittenden nog altijd elders het noodige crediet moeten zoeken, om zich omhoog te werken. Een andere reden, waardoor het Volkscredietwezen nog niet ten volle op de bevolkingswelvaart kon inwerken, is te vinden in den betrekkelijk korten termijn van afbetaling (tot 20 maanden). Bij het aanvangen van bevolkingscultures, welke eerst productief worden na verloop van ettelijke jaren, als klappers, peper, rubber enz , zou de ontginner dus reeds vóór dien tijd zijn ontginningsvoorschotten hebben moeten afbetalen, zoodat van feitelijke hulp geen sprake is. Dit is de oorzaak, dat het adat-systeem van ontginningsvoorschotten onder overeenkomst van deelbouw, pangkaj-rechten, enz., nog ongehinderd naast het Volkscredietwezen kan blijven bestaan ').

1) Mededeelingen Encycl. Bureau t. a. p., blz. 231.