is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjèh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kleinkind = G: koempoe, Alas: kempoe.

Bij uitbreiding: al degenen, die met de eigen kleinkinderen op dezelfde lijn der geslachtslijst voorkomen.

Achterkleinkind = G: pioet, Alas: koesoe.

Bij uitbreiding: al degenen, die met de directe afstammelingen in den 4den graad op dezelfde lijn der geslachtslijst voorkomen.

Jongstgeborene = G: bëngsoe, of: bangsoe, Alas: sampoen.

Oudste kind = G: oeloebörö; Alas: sëntoeö.

Broeders en zusters = Niet alleen zij, maar allen, die in dezelfde patriarchale geslachtslijst op dezelfde lijn voorkomen, heeten: 1°. G: sërinön, of: pësërinön, of: poesërinön, Alas: sëninö (vgl. Karö: sënina), dan wel 2°. G: dëngan, Alas: toerang (vgl. Karö: toerang), al naar gelang, dat zij zijn seksegenooten, dan wel zij tot verschillende seksen behooren.

Sërinön'?, van een man zijn: zijn broeders, volle neven, zoons van volle neven van zijn oma's enz.

Sërinön's van een vrouw zijn: haar zusters, volle nichten, dochters van volle neven van haar ama's enz.

Sërinön pëdih, of:' sërinön sar'inö, of: sërinön sar'inö sar'ama, zijn sërinön'?,, die dezelfde ouders hebben, dus broeders onderling en zusters onderling.

Sërinön sara mpoe, zijn sërinön'?,, die denzelfden mpoe hebben, dus volle neven onderling en volle nichten onderling.

Sërinön sara datoe, zijn sërinön's, die denzelfden datoe hebben.

Ook in de aanspraak wordt sërinön gebezigd, vooral door verre verwanten, of wanneer men eenige personen tegelijk toespreekt.

Dëngan's van een man zijn: zijn zusters (dëngan pëdih), volle nichten (dëngan sara mpoe), dochters van volle neven van zijn ama's (dëngan sara datoe) enz.

Dëngan'?, van een vrouw zijn: haar broeders (dëngan pëdih), volle neven (idëngan sara mpoe), zoons van volle neven van haar oma's (dëngan sara datoe) enz.

In de aanspraak wordt dëngan slechts gebezigd door verre verwanten, die men weinig kent, of vreemden van ongeveer denzelfden leeftijd, of ook wanneer men eenige personen tegelijk toespreekt, en in het algemeen meer door vrouwen tot mannen, dan omgekeerd.

Oudere broeder = G. en Alas: abang.

Iemands abang zijn: niet alleen zijn eigenlijke oudere broeders (abang sar'ama, of: abang pëdih), maar ook al de zoons van oudere broeders van zijn vader (abang sara mpoe), kleinzoons van oudere broers van zijn grootvader (abang sara datoe) enz. Tegenover de abang pëdih staan de abang toetoer, de als abang aangesprokenen, waaronder zoowel de genoemde neven als vreemden, die men uit beleefdheid verwanten noemt, verstaan worden.

Overigens bezigt men ter onderscheiding van verschillende soorten van abang's dezelfde termen als voor ama gelden.

Oudere zuster = G: kaka, of: aka, Alas: kakö (vgl. Bat. kaka).