is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjèh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedwongen huwelijken.

is om minderjarige maagden, zonder haar toestemming, uit te huwelijken ')• We merkten vroeger reeds op (hierboven p. 270 vg.), dat het leiden van dit bale meudeuhab bij maagden-huwelijken eertijds in handen was van den kali.

Een andere vorm van dwang tot het aangaan van een huwelijk, tegen het Sjaffitische recht in, bestaat hierin, dat hij, die buiten huwelijk een meisje zwanger maakt, volgens de adat gedwongen kan worden haar te huwen (De Atjèhers dl. 1, p. 403, The Achehnese 1: 367). Ook in Gajö bestaat dezelfde adat, althans wanneer beide personen van verschillende blah zijn; zijn zij geslachtsgenooten, dan wordt hetzelfde vergrijp veel ernstiger en waren zij beiden wegens bloedschande den wurgdood schuldig -).

Huwelijksaanzoek 3).

Zooals gezegd, gaat in Atjèh het huwelijksaanzoek uit van de ouders van den man, die te voren het welnemen van de autoriteiten van hun gampöng vragen. Nadat dikwijls reeds vertrouwelijke besprekingen (,narit bise ) tusschen de ouders van beide partijen hebben plaats gehad, wordt de eerste officieele, ofschoon formeel nog vertrouwelijke, stap gedaan door een tusschenpersoon (.seulangké), wiens positie we reeds eenigermate leerden kennen (dl. I, p. 246). Na allerlei bloemrijke uitweidingen en langs tal van omwegen brengt hij de eigenlijke quaestie op het tapijt. Hierbij wordt ook beraadslaagd over den te betalen bruidschat (djinamèë). De bezittingen van de ouders van het meisje worden zorgvuldig opgesomd en daarnaar het bedrag van de djinamèë vastgesteld, hetgeen in tegenwoordigheid van getuigen plaats heeft. Vinden de besprekingen van den seulangké bij den vader van het begeerde meisje geen ingang (hana loeloïh), omdat deze den jongen man om een of andere reden als schoonzoon niet geschikt acht, dan wordt de seulangké met die boodschap teruggezonden. Ontmoet deze echter geen bezwaren, dan heeft het „aanzoek vastheid verkregen" (ka köng narit, of: ka meukeumat narit). Zijn bezoek aan de ouders van het meisje, om het huwelijksaanzoek te doen, heet meuseuleungeuj, of: peuköng narit. Voor zijn handlangersdiensten ontvangt hij de z.g. ha seulangké, die ƒ 2 bedraagt voor iedere boengkaj (25 gld.), die de bruidschat groot is. Leiden zijn besprekingen niet tot het gewenschte resultaat, dan ontvangt hij ook geen loon.

Vóórdat de seulangké zijn werk aanvangt, heeft de noodige geluksberekening [kalön bintang) plaats. Vooreerst heeft men reeds lang te voren naar een of andere methode gecijferd, of er zegen op de vereeniging van het paar kan rusten, maar ook de dag, waarop de seulangké zijn bezoek zal brengen, wordt nauwkeurig vastgesteld middels daarvoor bestemde boekjes of tabellen.

1) Dr. Th. W. Juynboll's „Handleiding" p. 204. Zie over deze ritusverandering bij maagdenhuwelijken uitvoeriger: De Atjèhers dl. I, p. 375—381 (The Achehnese 1- 343 348).

2) Bij de meeste stammen van den Archipel is ,het bij buitenechtelijke zwangerschap regel, dat de man de bezwangerde moet huwen. Vgl. Dr. G. A. Wilken's „Verspreide geschriften" dl. I, p. 589 vg. ,

3) Zie hierover: De Atjèhers dl. I, p. 322-327 en 487 (The Achehnese 1: 297-301), Dr. J. Jacobs t.a. p. dl. I, p. 36-39; K. F. H. van Langen, Atjèh's Westkust p. 459; Het Gajoland p. 277-278.