is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjèh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of niet onder de voorwaarde van het plaats grijpen eener door hem gewenschte gebeurtenis, aan Allah een of andere prestatie in den vorm van een Hem welgevallig werk belooft '). Zulk een gelofte is te vergelijken met een eed; ziet een zuiveringseed op het verleden, een gelofte (promissorische eed) is op de toekomst gericht. Terwijl bij het verbreken van een eed met een boetedoening (Arab.: kaffarah) kan worden volstaan, blijft de gelofte van kracht, zoolang zij nog niet is ten uitvoer gelegd. Het vervullen eener afgelegde gelofte is uit Mohammedaanschgodsdienstig oogpunt een onafwijsbare plicht '-).

Ook naar het volksgeloof heeft het niet vervullen eener gelofte rampzalige gevolgen. Wanneer een kind bijvoorbeeld voortdurend zweren op het hoofd, aan oogen of ooren heeft, zeer langzaam van een ziekte geneest, of later bijzonder lang lijdt aan de gevolgen der besnijdenis, dan zegt men al gauw, öf dat men een gelofte betreffende dat kind heeft gedaan, welke niet vervuld werd, öf dat men voor het kind een van die festiviteiten of plechtigheden moet doen plaats hebben, die anders veelal voorwerpen van geloften zijn ri).

Allerlei feestelijke gebeurtenissen in het familieleven vormen aanknoopingspunten voor geloften, die men vooral bij ziekte of ongeval doet, hopende daardoor het welzijn van dengene, voor wien het feest gegeven wordt, te bevorderen. Zeer gebruikelijk is het bijvoorbeeld bij de Atjèhers, dat vader of moeder aan het ziekbed van hun kind verklaren, dat zij het, in geval van beterschap, bij gelegenheid van een of ander plechtig voorval in zijn later leven (bijv. bij haarsnijding, besnijdenis, enz.), naar een heilig graf zullen brengen. Is die wensch vervuld, dan gaat men in grooten optocht van mannen en vrouwen met het kind naar die gewijde plaats, waar een offermaaltijd wordt gehouden, gepaard aan een wassching van het hoofd (srah oelèë) van het herstelde kind. Ook worden dan gewoonlijk de grafsteenen met citroenwater gewasschen en wordt daarbij wierookhars gebrand. Zulke geloften worden evenzeer bij boeröng-graven gedaan en bij allerlei andere heilige plaatsen, bijvoorbeeld bij een heiligen steen. Soms wordt als vervulling eener gelofte wel een witte vaan in de nabijheid van, of op een heilig graf bevestigd. Niet zelden wordt het voornemen uitgesproken, om den optocht

1) Dr. C. Snouck Hurgronje: Nederland en de Islam, 2d« dr., 1915, p. 39.

2) Dr. Th. W. Juynboll's „Handleiding" p. 179.

3) De Atjèhers dl. I, p. 430 vg. (The Achehnese 1:390 vg.). Dergelijke opvattingen aangaande geloften vindt men ook elders in den Archipel, bij wèl- en niet-Mohammedaansche volken. Zoo schrijft bijv. L. J. Warneck over de Batak's: Wenn jemand dem sumangot ein Opfer versprochen hat, dann musz er es unter allen Umstanden erfüllen, denn die begu zürnen, wenn man das Versprechén nicht ausführt, und der das Versprechen gegeben hat, wird darüber krank (Die Religion der Batak, 1909, p. 85 en i00). Van Karaëng-lowé verwacht de Makassaar geluk en ongeluk. „Leven en dood beschouwt men als in zijne macht te staan; de zieke die herstelling, de moeder die een kind, de handelaar die fortuin, de dobbelaar die winst, de landman die een goeden oogst verlangt, allen wenden zich tot Karaëng-lowé en doen hem de belofte van hem dit of dat te zullen geven, als hij zoo goed wil zijn, hunne wenschen te vervullen. En heeft men zijne begeerte verkregen, niet gaarne zou men nalaten, de gedane belofte te vervullen. Karaëng-lowé toch zou boos worden en door het toezenden van ziekte of ongeluk zijnen toorn openbaren" (Dr. G. A. Wilken's „Verspreide geschriften" dl. III, p. 264).