is toegevoegd aan uw favorieten.

Atjèh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en excreta het geval is. Eindelijk danken vele geneesmiddelen hun toepassing aan het sympathie-geloof, dat, zooals we zagen, ook bij de pontons-voorschriften en de tooverij zulk een overheerschende plaats inneemt.

1. Plantaardige-, dierlijke- en minerale geneesmiddelen.

Dat de rijke tropische flora den Inlander een grooten schat van geneeskrachtige producten aan de hand heeft gedaan, is bekend. Ze worden zoowel versch als in ingedroogden toestand aangewend.

In eenvoudige ziektegevallen weet allicht een familielid of een goede buur van den patiënt een of ander plantaardig product uit de omgeving aan te wijzen, dat, uitwendig of inwendig gebruikt, genezing zal aanbrengen. Ook slaat men in zulke gevallen wel het noodige in op de markt bij een of andere verkoopster van versche bladeren of kruiden, die aangaande het gebruik ervan haar adviezen geeft. Waar de patiënt zich onder behandeling heeft gesteld, is het de bovenbedoelde „kruidenmoeder" of een medisch vakman, die de plantendeelen opgeeft, welke de zieke zelf, of één zijner familieleden, moet zoeken en welke daarna door de(n) deskundige worden toebereid en „belezen", om ze geneeskrachtig te maken. Soms wordt aan zulk een deskundige een of ander middel gevraagd en dit later aangevuld met eigen middelen; het eerste heet dan het voornaamste, het tooverkrachtige, het essentieele gedeelte van de medicijn (Gajö Wdbk. i. v. inö).

De artsenijen, die in gedroogden staat op de markten bij de oereuëng meukat aweuëh in groote verscheidenheid te koop worden aangeboden en voor het grootste gedeelte van buiten Nederlandsch Indië via Singapore en Pinang ingevoerd worden, zijn van denzelfden aard als die, welke men overal elders in onze Oost in de geneesmiddelenkraampjes aantreft ')• Een aantal dezer simplicia werden in dl. I, p. 145 vg. genoemd. Een combinatie van een 44-tal bepaalde soorten dezer drogerijen, tot een gruis dooréén gestampt, wordt op zichzelf als een voortreffelijk geneesmiddel (aweuëh peuët plöh peuët, d. i. „de 44 kruiden") geacht, maar maakt ook van de meeste recepten een onmisbaar bestanddeel uit (De Atjèhers dl. II, p. 59 vg., The Achehnese II: 55 vg.).

Een bekende paradox luidt, dat, naar Inlandsche opvattingen, een plant eetbaar is, en dan dient voor voedsel, of oneetbaar, en dan strekt tot medicijn. Toch is die onderscheiding niet juist. Integendeel valt het op, dat een aantal, zoowel versche als gedroogde, plantaardige stoffen evenzeer dienen voor culinair als medicinaal gebruik. Verder trekt het de aandacht, dat verschillende dezer stoffen, met name de sterk aromatische, tevens demonen-verdrijvende middelen zijn (zie boven p. 585)2). We hebben gezien, dat ook de citrussoorten niet alleen

1) Vgl. daarover o. a. Dr. A. Q. Vorderman: Javaansche geneesmiddelen I en II (Qeneesk. Tijdschr. v. N. I. dl. 34 en 40), J. van Dongen: Beknopt overzicht der meest gebruikte geneesmiddelen in Ned. O. I., 1913 en vooral het in hetzelfde jaar verschenen overzichtelijke werkje van Dr. W. G. Boorsma: „Aanteekeningen over Oostersche geneesmiddelen".

2) Deze zelfde trits: voedings-, genees-, en geestenafwerend middel vindt men ook bij de Europeesche volksmiddelen terug. „Viele der dem Volke als heilsam geitenden Krauter und Pflanzen waren früher nur Gewürze; die schmackhaften Wurzeln, „das Gewürz", wurde schon