is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien hij op hetzelfde moment als Ferdyschtschenko herkende. De hemel weet vanwaar die was verschenen.

— Herinnert ge u Ferdyschtschenko? vroeg deze.

— Waar komt ge vandaan ? riep de vorst uit.

— Hij heeft berouw, verkondde de toesnellende Keiler luid.

— Hij had zich verstopt, hij durfde voor u niet eruit te komen, hij had zich daar in den hoek verstopt, hij heeft berouw, vorst, hij gevoelt zijn schuld.

— Maar waarin dan, waarin dan toch?

.— Ik kwam hem tegen, vorst, ik kwam hem zoopas tegen en nam hem mee, hij is een bizondere vrind van me, en hij heeft berouw.

— 't Doet me veel genoegen, heeren; kom, ga daar allen zitten; ik zal direct terug zijn, maakte de vorst zich eindelijk los om met Jevgeny Pavlowitch zich snel te verwijderen.

— 't Is hier merkwaardig bij u, merkte deze op, — en ik heb met genoegen een half uur op u zitten wachten. Dit is de zaak, m'n beste Ljev Nikolajewitch, ik heb alles met Koermyschef geregeld en kwam om u gerust te stellen; maak u over niets ongerust, hij heeft de heele kwestie zeer, zeer verstandig opgenomen, des te meer omdat hij mijns inziens, zelf eenigszins schuld had.

— Met wat voor Koermyschef?

■— Dien toch, dien gij straks bij de armen hebt gegrepen. Hij was zoo duivelsch, dat hij u al morgen zijn getuigen wou sturen.

— Kom, wat een onzin!

— Natuurlijk is het onzin en 't zou zeker met onzin geëindigd zijn, maar daar zijn van die menschen bij ons ....

— Ge hadt misschien ook nog een andere reden om te komen, Jevgeny Pavlitch?

— O natuurlijk had ik nog een andere reden, lachte deze.

— Ik ga morgen, bij het krieken van den dag, wegens die ongelukkige zaak (die van mijn oom toch!) naar Petersburg; stel je voor: het is alles waar en ieder wist het al behalve ik. Het heeft me zoo getroffen, dat ik er ook niet toe kwam