is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.— Dat zie ik, dat zie ik, mompelde Jevgeny Pavlowitch met een zwakken glimlach.

Hij was dien avond zeer lachlustig.

— Wat ziet ge ? kwam ijlings de vorst.

Zonder op die directe vraag te antwoorden, bleef Jevgeny Pavlowitch glimlachen:

.— Maar ge verdenkt me niet, dat ik enkel kwam om u om den tuin te leiden en intusschen iets bij u uit te vorschen, he?

— Er is geen twijfel aan, of ge kwaamt om iets uit te vorschen, lachte eindelijk ook de vorst, — en zelfs hebt ge misschien wel besloten mij een beetje te bedriegen. Maar wat zou dat toch? ik ben niet bang voor u; bovendien is mij nu alles vrijwel gelijk, gelooft ge wel ? En .... en .... en, aangezien ik er bovenal van verzekerd ben, dat gij nochtans een voortreffelijk mensch zijt, zullen we toch misschien inderdaad ten slotte nog wel vrinden worden. Ik mag u heel graag, Jevgeny Pavlitch, ge zijt, naar mijn meening een .... zeer, zeer net mensch.

—■ Nu, in elk geval is het heel aangenaam om met u te doen te hebben, waarover dan ook, besloot Jevgeny Pavlowitch. — Kom, ik zal een glas op uw gezondheid drinken; ik ben zeer tevreden dat ik naar u toegegaan ben. Is die meneer Hippolyt gekomen om bij u zijn intrek te nemen?

-Ja.

— Hij zal toch niet zoo gauw sterven, zou ik denken ?

— Waarom dat?

•— Zoo maar, nergensom; ik was hier een half uur met hem samen.

Gedurende al dien tijd had Hippolyt op den vorst gewacht en dezen met Jevgeny Pavlowitch voortdurend in 't oog gehouden, terwijl zij wat verderweg samen spraken. Toen zij naar de tafel kwamen werd hij koortsig verlevendigd. Hij was onrustig en opgewonden; het zweet brak aan zijn voorhoofd uit. In zijn schitterende oogen lag, behalve een zekere vage voortdurende onrust ook een onbepaald ongeduld, zijn