is toegevoegd aan uw favorieten.

De idioot

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik gleed doelloos van het eene voorwerp naar het andere, van het eene naar het andere gezicht. Ofschoon hij tot nu toe zeer had deelgenomen aan het algemeen rumoerig gepraat, was toch zijn ontroering enkel koortsachtig; eigenlijk was hij niet bij het gesprek, wat hij zei was onsamenhangend, spottend en achteloos paradoxaal, hij sprak niet uit, maar liet dat varen, waar hij een oogenblik te voren met heftigheid over begonnen was. De vorst hoorde met verwondering en spijt, dat men hem op dien avond ongestoord twee groote glazen champagne had laten drinken en dat het glas, dat nu voor hem stond en waarvan hij al gedronken had, zijn derde was. Maar hij hoorde dat eerst later; op dat oogenblik merkte hij niet veel op.

— Weet ge, dat ik verschrikkelijk blij ben, omdat ge juist vandaag jarig zijt? riep Hippolyt.

— Waarom ?

— Dat zult ge zien; ga maar gauw zitten; ten eerste al omdat hier zoo al uw .... menschen zijn. Daar had ik ook op gerekend, dat er menschen zouden zijn; voor den eersten keer van mijn leven komt mijn berekening uit! Jammer, dat ik niet van uw verjaardag geweten heb, dan zou ik met een

geschenk zijn gekomen Ha-ha! Maar misschien kwam

ik toch wel met een geschenk! Duurt het nog lang eer het licht is ?

— Het zal niet meer twee uur zijn tot zonsopgang, meende Ptitzin, op zijn horloge kijkend.

— Maar wat doet de zonsopgang er toe, als men buiten ook zonder dat lezen kan, merkte iemand op.

— Het doet er dit toe, dat ik een randje van de zon moet zien. Kan men op de gezondheid van de zon drinken, vorst, wat denkt ge?

Hippolyt stelde zijn vraag scherp, terwijl hij zich zonder omslag naar allen wendde, als op een bevelenden toon, maar scheen dat zelf niet te merken.

— Laten we drinken, mijnentwegen; maar ge moet gaan rusten, Hippolyt, he?

— Gij komt altijd met slapen-gaan aan; gij zijt mijn kinder-